INLEIDING.

Het komende Tienstatenrijk en zijn leider.

VOORWOORD.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 10.

Hoofdstuk 11.

Oproep!

De ondergang van Babel op één dag, in één uur!

Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk.

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

De komst en de wederkomst van de Messias.

                                                                 
                                                        Hoofdstuk 5                                                                     
                                             HET VIJFDE WERELDRIJK                                              
                                             ROME                                                            
 
"en een vierde koninkrijk zal hard zijn als ijzer; juist zoals ijzer alles verbrijzelt en vermorzelt; en gelijk ijzer, dat vergruizelt, zal dit die allen verbrijzelen en vergruizelen. En dat gij de voeten en de tenen gezien hebt deels van pottenbakkersleem en deels van ijzer, betekent, dat dit een verdeeld koninkrijk wezen zal: wel zal het iets van de hardheid van het ijzer aan zich hebben, juist zoals gij gezien hebt ijzer gemengd met kleiachtig leem, en de tenen der voeten deels van ijzer en deels van leem; ten dele zal dat koninkrijk hard zijn, en ten dele zal het  broos zijn.
 
Daniël 2:40-42.
 
"En dat die (grote horen) afbrak en er vier in zijn plaats kwamen te staan: vier koninkrijken zullen uit het volk ontstaan, doch zonder zijn kracht". 
 
 
Daniël 8:22.                                                                                        
          
 
"Begin van het bericht. Daniël hief aan en zeide: Ik had in de nacht een gezicht en zie, de vier winden des hemels brachten de grote zee in beroering, en vier grote dieren stegen uit de zee op, de ene verschillend van de andere. Het eerste dier geleek op een leeuw, en het had adelaarsvleugels. Terwijl ik bleef toezien, werden het de vleugels uitgerukt, en werd het van de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens, en werd het een mensenhart gegeven".     
 
Daniel 7: 2-4.
                                                                                                                          
 
"Ik naderde een van hen die daar stonden, en vroeg hem de ware zin van dit alles, en hij sprak tot mij en gaf mij de uitlegging daarvan te kennen: die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen;"
 
Daniël 7:16-17.
 
      
 
                            
                              
 
 
Oorspronkelijk was Rome een klein nietszeggend dorpje in het midden van Italië.  Het had zich weten te ontplooien tot een klein koninkrijk, met een monarchie die ongeveer twee eeuwen stand hield. De laatste koning, Tarquinius II, werd omstreeks 510 v Chr. weggejaagd. Vanaf dat moment werd de staatsvorm een Republikeinse. Annexaties van omliggende gebieden maakte Rome in 348 tot de belangrijkste Staat van Midden-Italië.Tussen 343-290 v Chr vonden nog hevige schermutselingen plaats met de Samnieten, maar ook dezen eindigden in een overwinning. Het resultaat was, dat het grondgebied van Rome zich naar het Noorden(Daniël 11:7) kon uitbreiden. Zijn expansiedrift verwekte echter nieuwe spanningen. Nu met het Griekse Tarentum, die hierbij de hulp van Pyrrus en de Carthagers inriep. Beiden bezaten belangen in Zuid-Italië, zodat gevechten niet konden uitblijven.
Nadat Pyrrus in 275 v Chr. uit Italië verdreven was en Rome zijn oorlogen tegen Carthago gewonnen had, breidde hij zijn invloed en macht rondom de Middellandse Zee sterk uit. Spanje, Callië, Macedonië en een stuk van Voor-Azië werden aan de Republiek onderhorig. Met dezen en vele andere overwinningen werd Rome het eerst opkomende Wereldrijk in het Westen ná het Griekse. Bovendien werd Rome het middelpunt en erfgenaam van de Grieks-Hellenistische cultuur die zich rondom de Middellandse Zee had verspreid. Na verloop van tijd beantwoordden de Republikeinse idealen uit Rome's begintijd niet meer aan de sterk gewijzigde politieke situatie. Men zocht naar nieuwe maatschappelijke orden. Die moesten de grote cultureel-maatschappelijke leegte opvullen.
Zo gebeurde het, dat de Griekse cultuur met zijn vaste vormen, dit vacuüm opvulde. Griekse goden werden omgetoverd tot Romeinse. Zo werd Zeus-Jupiter, Hera- Juno, Athena-Minerva enz. Het adelaarmotief kwam via Griekenland naar Rome als veldteken. De Romeinse legers voerden het als embleem, de keizer als scepter.
De nog komende Wereldrijken en hun adel, zullen de adelaar als Staats- of familiewapen in hun vlag hebben.
De Romeinse architectuur en beeldende kunst werden evenzo sterk beïnvloed door de Grieks-Hellenistische cultuur. Ook de filosofie, de wiskunde en  letterkunde, enz. Dit historische gegeven voldoet geheel aan datgene wat de profeet Daniël had aanschouwd, toen hij "vier horens uit de Geitebok" zag voortkomen. De engel Gods had daarbij gezegd dat de vier:" koninkrijken waren, die uit het Griekse volk zouden voortkomen, doch zonder hun kracht". Rome was de eerst opkomende horen, gefundeert op de Grieks-Hellenistische cultuur.
 
In Daniël 11:5-6 wordt ons het tijdperk geprofeteerd dat ligt tussen de dood van Alexander de Grote en het verdelen van het grote Griekse rijk tussen zijn legeraanvoerders, én de tijd van hun heerschappij. Dan verkondigt Daniël 11:7 ons, het opkomen van de eerste horen uit de Grieks-Hellenistische cultuur met de bewoording:
 
"En in die tijden zal een spruit uit haar wortels in zijn plaats oprijzen, en deze zal  oprukken tegen het leger, de burcht van de koning van het Noorden binnentrekken, en zegevierend optreden"
 
Wat ook gebeurde.
 
Daniël's profetie aangaande het eerst opkomende dier, zal geheel tot vervulling komen bij de opkomst en ondergang van het Romeinse rijk. Immers, gelijk een leeuw verscheurde dit Rijk alle hem gegeven landen en slokte alle onderworpen volken in zich op tot één Rijk. Ook de hoogte van Rome's glorie en macht die alle voorgaande Rijken zou overtreffen, is te vergelijken met de hoogte die adelaars vleugels weten te bereiken. Vandaar dat het symbool in het Romeinse staatswapen een Adelaar was.                                            
   
                                                                 PALESTINA.                                                                                                                         
De uitbreiding van het Romeinse rijk zou ook Palestina niet onberoerd laten. De strijd tussen Artistoboulus en Hyrkanos opende voor Rome de weg tot  overheersing. De Romeinse legeraanvoerder Pompeïs, die Hyrkanos te hulp geschoten was, onderwierp Palestina in 63 v Chr. en voegde haar als provincie bij het Romeinse Imperium. Hyrkanos mocht zich door bemiddeling van Anti-Pater toen koningpriester over Palestina noemen. Nadat ene Octavianus een strijd tegen zijn rivaal gewonnen had, spoedde hij zich naar Rome. Daar stelde hij zich boven alle partijen die in de Senaat vertegenwoordigd waren en nam gelijkertijd de naam: Augustus (Verhevene) aan. Vanaf dat moment (27 v Chr.) werd  het Romeinse rijk een Keizerrijk.
                                     
Nauwelijks zat keizer Augustus op de troon of Herodus, zoon van Anti-Pater, kwam bij hem op bezoek. Hij wist van hem  gedaan te krijgen, dat hij tot koning over Palestina werd   uitgeroepen.   
Eenmaal thuisgekomen liet hij vazalkoning Hyrkanos en andere leden van de Chasmoneeën-familie ter dood brengen, onder wie zijn eigen vrouw en schoonmoeder.                                                                                     
                                   
                                                    De tempel van Herodes
                                        
                                         DE KOMST VAN DE MESSIAS                                         
 
In de dagen van koning Herodes gebeurde er iets, waar zelfs deze sluwe vos geen antwoord op had. De Here, de God van Israël, ging een werk beginnen op aarde: "Dat in der eeuwigheid niet ten gronde zal gaan". Dit had de profeet Daniël gesproken toen hij Nebukadnessar uitleg gaf over de "de Steen", die, zonder toedoen van mensenhanden, loskwam van de berg en het beeld verbrijzelde. En dat gebeurde!
Want bij de komst van het Romeinse rijk ging de profetie in vervulling over "de benen en voeten" van het beeld. De Steen (in het Hebreeuws: Eben, wat de woorden vader-zoon in zich draagt) zou spoedig ten tonele verschijnen.
 
"Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuël geven".(Betekent: God met ons) en "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt Hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst".
 
Jesaja 7:14 en 9:5.                                                                                                  
 
Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem in Judea in de dagen van Herodes, zie, wijzen  uit het Oosten kwamen te Jeruzalem, en vroegen: Waar is de Koning der Joden, die geboren is? Want wij hebben zijn ster in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen.
Toen koning Herodes hiervan hoorde, ontstelde hij en geheel Jeruzalem met hem. En hij liet al de schriftgeleerden en overpriesters van het volk vergaderen en trachtte van hen te vernemen, waar de Christus geboren zou worden. Dezen zeiden tot hem: Te Bethlehem in Judea, want er staat geschreven door de profeet Micha(5:1):
 
"En gij, Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een leidsman voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal".
 
Een hele schok voor Herodes; nog een Koning der Joden, dat was hij immers al. Om er achter te komen wáár in Bethlehem de Christus geboren was, stuurde hij de drie wijzen erop uit Hem op te sporen. "Vindt Hem, zodat ook ik Hem hulde kan brengen", zei hij met de gedachte in z'n achterhoofd: dan kan ik ook Hem uitroeien, zoals ik al velen heb uitgeroeid die mij in de weg stonden. Toen het Herodes na verloop van tijd duidelijk werd, dat de drie wijzen niet meer kwamen opdagen; zij waren door een engel Gods gewaarschuwd niet terug te keren naar hem, liet hij Bethlehem omsingelen en alle jongetjes tot twee jaar doden. Zo dacht hij er zeker van te zijn ook de Christus gedood te hebben.
Met deze gruweldaad kwamen de woorden van Jeremia 31: 15 tot vervulling.  Herodes wist niet, dat een engel Gods in de nacht daarvoor Jozef in een droom opdracht had gegeven met zijn gezin naar Egypte te vluchten. Toen Herodes gestorven was, kreeg Jozef in een droom de opdracht weer naar Palestina terug te keren. Eenmaal daar aangekomen vestigde hij en z'n gezin zich blijvend in Nazareth. Met deze daad kwamen de woorden van Hosea 11:1 in vervulling. Ook de profetie dat Hij Nazoreeër genoemd zou worden.
 
Jaren later, in het vijftiende regeringsjaar van keizer Tiberius, kwam het woord Gods tot ene Johannes, zoon van de priester Zacharias. Hij kreeg de opdracht de mensen in Palestina op te roepen zich te bekeren en doopte hen met water. "Maar, ik doop u wel met water, doch er komt straks Iemand, die u met de Heilige Geest dopen zal". Hiermee kondigde hij de komst van de Messias aan, en gezien zijn verdere verkondiging en werk, kwamen de woorden, gesproken door Jesaja(40:3) tot vervulling.
 
"Hoor, iemand roept: Bereidt in de woestijn de weg des Heren, effent in de wildernis een baan voor onze God".
 
Toen de dag des Heren aanbrak, zag Johannes de Doper de Messias naderen en riep tot de omstanders: Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Deze is het, van wie ik zei: Na mij komt een man die vóór mij geweest is, want Hij was eer ik. En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.
Nadat de Messias op Zijn verzoek door Johannes gedoopt was, opende de hemel zich en de Heilige Geest daalde op Hem neer in de gedaante van een duif. Gelijktijdig klonk er een stem uit de hemel met de woorden:
 
"Dit is Mijn Zoon, de Geliefde, in wie Ik een welbehagen heb".
 
Met deze gebeurtenis kregen de woorden van koning David gestalte, toen hij in psalm 2:7 zei:
 
"Mijn Zoon zijt Gij, Ik heb U heden verwekt".
 
Ook die van Jesaja 42:1:
 
"Zie mijn Knecht, die Ik ondersteun; mijn Uitverkorene, in wie Ik een welbehagen heb. Ik heb mijn Geest op Hem gelegd: Hij zal de volken het recht openbaren".            
 
Na veertig dagen in de woestijn verzocht te zijn geweest door de duivel, trok de Christus Zich terug in Kafarnaüm te Galilea, in de streken van Zebulon en Naftali, opdat in vervulling zou gaan de woorden van Jesaja 8:23 en 9:1. Vanaf dat moment predikte Jezus het koninkrijk Gods. Hij trok rond in Galilea en leerde in de synagogen het evangelie der hemelen en genas vele zieken van hun kwalen. De Messias, was vol met ontferming bewogen over de grote geestelijke nood en leegte onder Zijn volk. Hij zette Zich op een heuvel neer en sprak "de Rede der Zaligspreking" uit. Deze staan beschreven in Mattheus 5:1-12.  Hieruit blijkt dat Hij met gezag de mensen het woord Gods verkondigde.
Verdere werken van Gods Zoon op aarde staan uitvoerig en op onovertrefbare wijze beschreven in o.a. de vier Nieuwtestamentische boeken: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes. Deze vier Evangeliën verhalen ons, dat Jezus Christus op aarde gekomen is om de mens te redden. Zijn, door koning David en Jesaja aangekondigd lijden en sterven was een plaatsvervangend lijden en sterven. Dit om verzoening tussen God en de zondige mens tot stand te brengen. De profeet Jesaja zegt o.a. in hoofdstuk 53:5
 
"Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden".
 
Eerlijk gezegd: het is onbegrijpelijk, dat de schriftgeleerden die de bijbelboeken op hun duimpje kenden, Hem niet als Messias hebben willen erkennen. Zij wisten immers, dat Hij zou komen in een tijd die gesymboliseerd werd door de "benen en voeten" van Nebukadnessar's droombeeld. En dat de "steen" die het beeld zou verpulveren, in hun taal de betekenis heeft van: vader-zoon. Maar dat niet alleen. Was er jaren daarvoor geen ontsteltenis in Jeruzalem geweest onder de schriftgeleerden, toen er plotseling drie mannen uit het Oosten kwamen opdagen die vroegen, waar ze de Koning der Joden konden vinden? Jammer dat er geen lichtje bij hen is gaan branden. Ook de geslachtregisters die zo nauwgezet werden bijgehouden, hadden hun op de goede weg kunnen zetten.
Mattheus 1:1-17 zegt ons dat Jezus' geslachtslijn loopt van Abraham, Izaäk, Jacob en Juda naar koning David.
Via zijn zoon Salomo naar koning Josia, die tijdens de Babylonische ballingschap Jechonja verwekte.                                  
Na de ballingschap loopt de geslachtslijn door vanJechonja, Zerubbabel, Abihud naar Mattan. Mattan verwekte Jacob, Jacob verwekte Jozef, de man van Mirjam(Maria), uit wie de Christus geboren is. Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.        
Om enigszins een indruk te geven van de Messias, voor zover dit de lezer onbekend is, laat de auteur Hem Zelf aan het woord vanuit de Evangeliën.                                  
 
"Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet en de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen. Want voorwaar Ik zeg u: Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet één jota of één tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan één van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die der schriftgeleerden en de Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnen gaan".
 
Mattheus 5:17-20.                                                                                               
 
"En Jezus vertrok met zijn discipelen naar de dorpen van Caesarea Filippi. En onderweg vroeg Hij zijn discipelen en sprak tot hen: Wie zeggen de mensen, dat Ik ben? Zij antwoordden en zeiden: Johannes de Doper; en anderen: Elia; weer anderen: Één der profeten. En Hij vroeg hun: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben? Petrus antwoordde en zeide: Gij zijt de Christus. En Hij verbood hun nadrukkelijk met iemand hierover te spreken. En Hij begon hen te leren, dat de Zoon des mensen veel moest lijden en verworpen worden door de oudsten en de overpriesters en de schriftgeleerden, en gedood worden en na drie dagen opstaan".
 
 
Marcus 8:27-31.                                                                                            
 
"Meent gij, dat Ik gekomen ben om vrede op aarde te brengen? Neen, zeg Ik u, veeleer verdeeldheid. Want van nu aan zullen vijf in één huis verdeeld zijn, drie tegen twee en twee tegen drie. Zij zullen verdeeld zijn, vader tegen zoon en zoon tegen vader, moeder tegen dochter en dochter tegen moeder, schoonmoeder tegen schoondochter en schoondochter tegen schoonmoeder".
 
Lucas 12:51-53.                                                                                               
 
"Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo. Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet, en Hij zal Hem grotere werken tonen dan deze, opdat gij u verwondert. Want gelijk de Vader de doden opwekt en doet leven, zo doet ook de Zoon leven, wie Hij wil. Want ook de Vader oordeelt niemand, maar heeft het gehele oordeel aan de Zoon gegeven, opdat allen de Zoon eren gelijk zij de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert ook de Vader niet, die Hem gezonden heeft. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie mijn woord hoort en Hem gelooft, die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven".
 
Johannes 5:19-24.                                                                                          
 
"Wederom dan sprak Jezus tot hen en zeide: Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het Licht des levens hebben".
 
Johannes 8:12.                                                                                                  
 
"Dit sprak Jezus en hief zijn ogen ten hemel en zeide: Vader, de ure is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon U verheerlijke, gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen aan Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt".
 
Johannes 17:1-8.                                                                                          
 
"Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt- Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad vóór de grondlegging der wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen".
 
Johannes 17:24-26                                                                                    
 
"Voorwaar, Ik zeg u, dat één van u Mij verraden zal; één die met Mij eet".
 
Deze trieste aankondiging vertelt ons, dat Jezus wist, dat één van zijn discipelen Hem verraden zou; wat ook gebeurde.
Het verraad van Judas Iskariot deed niet alleen de woorden van David in psalm 41:10 in vervulling gaan, waar staat:
 
"Zelfs mijn vriend, op wie ik vertrouwde, die mijn brood at, heeft zijn hiel tegen mij opgeheven",
 
Ook die van Zacharia 11:12, toen Judas dertig zilverlingen van de overpriesters ontving voor zijn verraad.
Nadat ze Hem gevangen genomen hadden, sloegen en spuwden ze Hem in het gezicht, en trokken haren uit zijn baard. Ook dit gebeuren had Jesaja al geprofeteerd in 50:4-6. Over de daaropvolgende lijdensweg en kruisiging lezen we in Jesaja 53:4
 
"Nochthans, onze ziekten heeft hij op zich genomen, en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte".
 
De Romeinse soldaten, die Hem in opdracht aan het kruis nagelden, verdobbelden zijn afgenomen kleding onder elkaar, niet wetend dat zij hiermee de woorden uit psalm 22:19 vervulden:
 
"Zij verdelen mijn klederen onder elkaar en werpen het lot over mijn gewaad".                      
 
Daar Hij reeds gestorven was, braken de soldaten bij Hem geen beenderen, zoals gebruikelijk was. Wel staken ze een speer door Zijn lichaam, zodat het bloed uit Zijn zijde stroomde. (psalm 34:21)
De Christus had tijdens zijn prediking op aarde reeds vele malen over Zijn lijden en sterven gesproken met Zijn discipelen, maar ook, dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan. Dit is te lezen in Mattheus 16:21, 17:22-23, 20:18-19 en in Marcus 8:31, 9:31 en 10:33-34.              
 
Lucas 18:34 verhaalt ons, dat de discipelen hier niets van verstonden, zodat Zijn woorden duister voor hen bleven. Toch hadden ze het kunnen weten, want Jesaja 53:10-12 zegt:
 
"Maar het behaagde de Here hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek.
Wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal hij nakomelingen zien en een lang leven hebben en het voornemen des Heren zal door zijn hand voortgang hebben. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien tot verzadiging toe; door zijn kennis zal mijn knecht, de rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal hij dragen. Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat hij zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeft".
 
Wat ook gebeurde!
 
Want de Messias stond inderdaad, nadat Hij Zijn Leven had gegeven, en tussen misdadigers werd gekruisigd, ten derde dage op uit de dood. Hij gaf Zijn discipelen opdracht alle volken tot Zijn volgelingen te maken en hen te dopen in de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Johannes 3:16 zegt hiervan:
 
"Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven hebbe".        
 
De Here Jezus Christus werd, nadat Hij de woorden:
 
"En leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb",
 
opgenomen in de hemel en zette Zich aan de rechterhand van God, gelijk koning David in psalm 110:1 geschreven had:
 
"Zet U aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetenbank voor uw voeten".
 
In hoofdstuk 9: Antichrist, de valse messias, zullen we zien hoe deze woorden in de voleinding der tijden tot vervulling zullen komen. In het boek: Handelingen der apostelen staat, dat de elf overgebleven discipelen van de Heer, na Diens Hemelvaart naar Jeruzalem terugkeerden en zich daar in de bovenzaal verzamelden. Nadat de opengevallen plaats van Judas door Mattias was ingenomen, gebeurde het, op de eerste dag van het pinksterfeest, dat er éénsklaps uit de hemel een geluid kwam als een geweldige windvlaag die het gehele huis vulde; En er vertoonden zich tongen als van vuur; En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest. Jezus had hierover reeds gesproken, toen Hij zei:
 
"Dit heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik nog bij u verblijf; maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in Mijn naam, die zal u alles leren en te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb".
 
Wat ook gebeurde: vanaf die éérste pinksterdag, tot op heden. Die bewuste dag bekeerden drie duizend Joden zich tot de Christus. Dit was grotendeels het werk van Petrus. In zijn betoog haalde hij o.a. Joël 2:28 aan, waarin staat dat de Here Zijn Geest zal uitstorten op alle vlees. Simon Petrus riep:
 
"Bekeert u en laat een ieder zich dopen in de naam van Jezus Christus tot vergeving van uw zonden; en gij zult de gave van de Heilige Geest ontvangen".
 
Uiteraard gaf dit alles spanningen binnen Jeruzalem. De schriftgeleerden die de Messias hadden laten kruisigen, probeerden ook deze geloofsexplosie in de kiem te smoren en gaven handlangers opdracht genadeloos toe te slaan. Saulus was zo'n fanatiekeling, die menig Christenjood had laten vervolgen en stenigen. Hij schrok er zelfs niet voor terug naar de Joodse gemeente in Damascus te reizen.
Daar wilde hij nagaan of zich daar soms ook aanhangers van die Jezus genesteld hadden. Handelingen 9:3-5 verhalen ons, dat hij op weg naar Damascus plotseling omstraald werd door een fel licht uit de hemel. Een stem tot hem zei: "Saul, Saul, waarom vervolgt gij Mij?" Op de vraag: "Wie bent U, Heer", kwam het antwoord: Ik ben Jezus, die gij vervolgt.
Vanaf dat moment vond er een grote omwenteling plaats in het hart van Saulus. Hij werd van vervolger, door de Heilige Geest omgedoopt tot volgeling van Jezus Christus; één van de grootste, die het Christendom heeft voortgebracht. Deze  Saulus, door zijn Romeins burgerrecht in de Bijbel bekend als: Paulus, werd door de Heer aangesteld het Evangelie onder de heidenen te gaan verkondigen. Dit heeft hij, gezien de Nieuwtestamentische brieven van zijn hand, vol vuur en zegen gedaan. De Messias had dit werk van Paulus indirect al aangekondigd met de woorden:
 
"Ik ben de goede Herder en Ik ken de mijne en de mijne kennen Mij, gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken, en Ik zet mijn leven in voor de schapen. Nog andere schapen heb Ik, die niet van deze stal zijn(de heidenen); ook die moet Ik leiden en zij zullen naar mijn stem horen en het zal worden één kudde, één Herder".
 
Johannes 10:14-16.                                                                                                           
                                        
                                                   
                                                        Nebukadnessars droombeeld
                                            
 
                                              HET ROMEINSE RIJK.
                                           
Inmiddels was Herodes Agrippa, kleinzoon van Herodes de Grote, koning van Juda geworden. Door de christelijke gemeente te laten vervolgen, genoot hij vooral aanzien bij de Farizeeën. Zijn plotselinge dood deed keizer Claudius besluiten Palestina weer onder Romeins gezag te plaatsen, met alle gevolgen vandien. Er braken overal onlusten uit, waarbij de Joden de Romeinen uit Palestina verdreven met achterlating van duizenden doden. Deze nederlaag gaf het Romeinse aanzien in die streken een geweldige deuk, zodat velen dachten dat zijn laatste uur geslagen had. De Romeinen brachten in 67 n Chr. opnieuw een leger op de been onder leiding van Vespasianus en diens zoon Titus. Dezen wisten, op Jeruzalem na, Palestina weer onder controle te krijgen.
Nadat Vespasianus ijlings naar Rome was afgereisd en daar tot keizer werd uitgeroepen, sloeg Titus een beleg rondom Jeruzalem en nam de stad na hevige strijd in het jaar 70 in. Hij liet haar grotendeels vernietigen en voerde de inwoners die niet naar omringende landen waren gevlucht, als slaven af. Met dit vreselijke gebeuren kwamen niet alleen de woorden van de profeet Ezechiël (24:21) tot vervulling, maar ook die van Jezus, toen Hij, staande bij de Tempel zei:
 
"Ziet u deze grote gebouwen? Er zal geen steen op de andere gelaten worden",
 
maar ook wat het volk over zichzelf had uitgeroepen, toen ze over Hem uitriepen:
 
"Zijn bloed kome over ons en onze kinderen".
 
Wat ook gebeurde!
 
De God van Israël had Zich een andere Tempel verkozen; een Tempel niet door mensenhanden gebouwd, te weten: Zijn, na drie dagen uit de dood opgestane en verheerlijkte Zoon. Een tragedie, die verwoesting van Jeruzalem en haar tempel. Dit en de verstrooiing van het Joodse volk onder alle volken der aarde kort daarop. Helaas vinden ze hun grondslag in het feit, dat zij de uitgestoken hand van hun God, in Zijn Zoon, niet wilden aannemen. Vanaf dat moment verbergt de Here Zich voor een ieder die Zijn Zoon versmaadt en Zijn verzoenend lijden en sterven veracht. Niemand, zowel Jood als Heiden, komt tot de Vader dan door Jezus Christus, de Heer.
 
Vele jaren later, in de dagen van keizer Hadrianus, brak er weer een grote volksopstand uit tegen de Romeinse bezetter. Onder leiding van Simon Bar Kochba. Drie jaar heeft de schijnbare onafhankelijkheid geduurd voor Palestina. Daarna maakte Hadrianus er een einde aan in 135 n Chr. Jeruzalem werd geplunderd, de wetsgetrouwen vermoord en duizenden Joden afgevoerd.
Hiermee kwam er een einde aan het Jodendom binnen de grenzen van Judea. Dit zou duren tot enkele jaren na de ondergang van het zevende Wereldrijk.                                                                                                                                         
 
                                     DE DELING VAN
                                 HET ROMEINSE RIJK.
 
Het was keizer Diocletianus (284-304) die naar een oplossing zocht om de politiek-economische chaos binnen het Romeinse rijk effectief te bestrijden. Hij splitste zijn Rijk in twee grote delen op: het Oost- en het Westromeinse rijk. Hiermee zou het beter bestuurbaar worden. Zo kon de neergang van het Imperium, dat in de derde eeuw z'n intrede had gedaan, een halt worden toegeroepen. Wat Diocletianus echter niet wist, was, dat hij met deze tweedeling een onderdeel van de Daniëlprofetie, aangaande het eerste dier, tot vervulling bracht. Want, nadat de profeet in een droomgezicht het opkomende Romeinse rijk gesymboliseerd had waargenomen als "een leeuw met twee adelaarvleugels", lezen we in de volgende zin:
 
"Terwijl ik bleef toezien, werden het de vleugels uitgerukt, en werd het van de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens".
                                                                                 
Doordat de keizer het Rijk eind derde eeuw in twee delen opsplitste, werd de symbolische leeuw, gelijk een mens, op twee voeten overeind gezet. In de begindagen van de 3e eeuw  waren  het dier de  vleugels al uitgerukt  en  van de grond opgeheven in de vorm van een steeds slechter wordende economische en politieke situatie, waarin machteloosheid en krachteloosheid de boventoon voerden.                                                                      
 
                           
 
 
Van Diocletianus is bekend dat hij de Christenen binnen zijn Rijk systematisch liet uitroeien. Hij was bang voor een Staat binnen een Staat, met een ontbindende kracht tegenover zijn heidense gezag. Na hem kwam Constantijn de Grote met wie de laatste woorden van Daniël 7:4 tot vervulling kwamen: "En werd het een mensenhart gegeven". Het Romeinse rijk dat door zijn meedogenloze manier van optreden de hardheid van ijzer bezat, werd een mensenhart gegeven in de persoon van Constantijn de Grote. Hij werd de eerste christelijke keizer van het Romeinse rijk. De bedoelingen van hem en zijn opvolgers waren vaak verre van christelijk. Dat kwam doordat hun daden meer op persoonlijk gewin dan op diepe geloofsovertuiging gericht waren. Maar wat kan men anders verwachten van een Wereldrijk met een zondig "mensenhart". Desondanks werkte de Here door tot heil der mensen.
 
Nu het visioen aangaande het eerste dier geheel tot vervulling is gekomen, stappen we over naar Daniël 11:7-20.
 
Dit schriftgedeelte kondigt ons, in grote en onlosmakelijk met elkaar verbonden lijnen, de opkomst en ondergang van het Romeinse als het daaropvolgende Rijk aan. In dit Daniëlgedeelte kan geen duidelijke scheidslijn worden aangewezen, waar het Romeinse rijk ophield te bestaan en het volgende Rijk begint. Ook hier blijkt de betrouwbaar heid van Gods woord. Want de geschiedenis geeft hetzelfde beeld. Ook daarin zien we dat de macht van Rome overvloeide in het Westromeinse rijk, dat op zijn beurt weer uitmondde in het Heilige Roomse rijk. Voor geschiedschrijvers is deze gang van zaken één van haar grootste problemen, zodat niemand exact kan aangeven op welke datum de ondergang van het Romeinse rijk gedateerd moet worden. Bijbels gezien is het te dateren, toen Constantijn de Grote keizer werd; geschiedkundig, toen de Germaanse koning Odoacer in 476 de laatste keizer onttroonde.