INLEIDING.

Het komende Tienstatenrijk en zijn leider.

VOORWOORD.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 10.

Hoofdstuk 11.

Oproep!

De ondergang van Babel op één dag, in één uur!

Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk.

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

De komst en de wederkomst van de Messias.

                                                                   Hoofdstuk 2
                         
                                               HET TWEEDE WERELDRIJK
                                        
                                                     BABYLONIË
                                            en de ballingschap van Juda.                                        
 
"Het volk en het koninkrijk nu, dat hem, Nebukadnessar, de koning van Babel, niet zal willen dienstbaar zijn en zijn hals niet zal willen voegen onder het juk van de koning van Babel, over dat volk zal Ik bezoeking doen met het zwaard, de honger en de pest, luidt het woord des Heren, tot Ik hen volkomen in zijn macht zal hebben gebracht".
 
Jeremia 27:8.                                                                                                   
 
"Toen ik mijn ogen opsloeg, zag ik, en zie, een ram stond voor de stroom; hij had twee horens, en die horens waren hoog, de ene echter was hoger dan de andere, en de hoogste rees het laatste op. Ik zag de ram stoten naar het westen, naar het noorden en naar het zuiden, en geen enkel dier kon tegen hem standhouden"
 
Daniël 8:3-4.                     
 
"Gij, o koning, koning der koningen, wie de God des hemels het
koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft, ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte des hemels heeft gegeven, en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt- gij zijt dat gouden hoofd".
 
Daniël 2:37-38.
 
De Babyloniërs behoorden tot de belangrijkste bewerkers van Assurs ondergang. Nadat Ninevé verwoest en Farao Necho bij Karkamis aan de Eufraat verslagen was, veroverde Nebukadnessar II Syrië. Ook dwong hij Jeruzalem tot het betalen van zware belastingplicht. Het waren de profeten Jeremia(25:5) en Habakuk (1) die Juda en zijn koning vele malen hadden gewaarschuwd zich te bekeren van de heilloze weg die zij bewandelden. Helaas vonden zij geen gehoor. De vruchten der goddeloosheid zouden de koning en het volk dan ook spoedig plukken. Koning Jojakim en diens zoon Jojakin werden beiden naar Babylonië afgevoerd en in hun plaats werd er een vazalkoning op de troon geplaatst. Ondanks de woorden Gods, zich geheel naar de wil van Nebukadnessar te schikken, rebelleerde ook deze koning tegen de opgelegde belastingplicht.
 
 
"Zo zegt de Here, de God van Israël: Ga heen en spreek tot Sedekia, de koning van Juda, en zeg tot hem: Zo zegt de Here: zie, Ik geef deze stad in de macht van de koning van Babel, die haar met vuur zal verbranden; gij zult niet ontkomen aan zijn macht, maar voorzeker gegrepen en in zijn macht gegeven worden; van aangezicht tot aangezicht zult gij de koning van Babel zien, van mond tot mond zal hij met u spreken en gij zult in Babel komen".
 
Jeremia 34:2-3.                                                                                                     
 
 
In 586 v Chr. ging deze profetie in vervulling. Nebukadnessar viel Juda binnen, verwoestte Jeruzalem en haar tempel en liet de Joodse bevolking naar Babel afvoeren. Alle zonen van koning Sedekia werden voor diens ogen gedood terwijl hij zelf verblind naar Babel werd overgebracht. In Jeremia 25:11-12 verkondigt de profeet, dat zijn volk zeventig jaar in ballingschap zal blijven.
Dan zal de Here Zijn volk verlossen en de ongerechtigheid  van Babel bezoeken en het Koninkrijk verwoesten.                                                                                                                       
 
                                           DE PROFEET DANIËL                                                 
 
Aan het hof van Nebukadnessar vertoefden enige jonge mannen uit het koninklijke geslacht van Juda. Één van hen was Daniël, een wijs man die bovendien de gave Gods bezat dromen uit te leggen. Zo gebeurde het dat koning Nebukadnessar een droom gedroomd had, waarvan hij zéér ontsteld wakker  werd. Desondanks wist hij zich de droom niet meer te herinneren. Geen van zijn astrologen kon hem de droom uitleggen als de koning die niet eerst aan hen bekend maakte. Dit maakte Nebukadnessar woedend en wilde hen allen ter dood  brengen. Daniël kon het echter wel. Met behulp van zijn God maakte hij niet alleen de inhoud, maar ook de betekenis ervan aan de koning bekent. In Daniël  2:31-35 lezen we, dat de koning over een zéér groot beeld had gedroomd. Het hoofd was van gedegen goud en zijn borst en armen van zilver. Zijn buik en lendenen van koper en zijn benen van ijzer. De voeten van ijzer deels leem. Toen de koning dit gezien had, kwam er een steen aanrollen. Deze trof, zonder toedoen van mensenhanden, het beeld bij de voeten en verpulverde het, terwijl het zelf de gehele aarde vulde.
Hetzelfde hoofdstuk zegt ons, dat het beeld de symboliek is van vier elkaar opvolgende Wereldrijken. Het gouden hoofd staat symbool voor het Babylonische rijk van Nebukadnessar.
 
Daniël zegt, als hij uitleg geeft over de steen  die het  beeld bij de voeten zal treffen in 2:44 :
 
"Maar in de dagen van die koningen zal de God des hemels een koninkrijk oprichten, dat in eeuwigheid niet zal te gronde gaan, en waarvan de heerschappij op geen ander volk meer zal overgaan: het zal al die koninkrijken verbrijzelen en daaraan een einde maken, maar zelf zal het bestaan in eeuwigheid".
 
Met deze profetie van Daniël wordt verwezen naar de komst van de Messias. Vanuit het voorgaande weten we al, dat de Messias zal voortkomen uit de stam Juda, via het geslacht van koning David. Nu wordt er extra op gewezen, dat Hij komt tijdens het vierde Rijk, waar de ijzeren benen en voeten symbool voor staan. 
 
 
En de profeet Micha (5:1) verkondigde dat Hij in Bethlehem, de stad van David, het levenslicht zal zien. Bij de behandeling van het Romeinse rijk, vanaf het Babylonische rijk het vierde, zullen we dit gegeven met het beeld en de steen illustreren.
 
Koning Nebukadnessar stierf omstreeks 561 v Chr. en hiermee waren de dagen van het Babylonische rijk in principe geteld. De macht en kracht namen nadien snel af. In het derde regeringsjaar van zijn (klein)zoon Belsassar kreeg de profeet Daniël een visioen. Daarin zag hij "een Ram met twee grote, na elkaar opkomende horens". De eerste horen was kleiner dan de tweede horen. Hij zag in het visioen de Ram stoten naar het Westen, naar het Noorden en naar het Zuiden. Geen enkel dier kon zich staande houden tegenover hem. Het feit dat de Ram zich tegen de drie genoemde windrichtingen keert, betekend dat het zelf uit het Oosten komt. Daniël 8:19-20 verkondigt ons ook, dat de Ram met de twee grote horens doelt op:
 
"De koningen der Meden en Perzen".
 
Vanuit de bijbel is het bekend, dat de aanduiding: "koning" tweeërlei betekenis heeft. Het is zowel een koning als persoon als de symboliek voor een koninkrijk: vanaf zijn opkomst t/m zijn ondergang. Het visioen van Daniël heeft de symbolische betekenis van drie koningen (Wereldrijken) die allen opkomen in het Oosten. In de behandeling van het derde Wereldrijk wordt U de betekenis: koningen der Meden en Perzen, duidelijk gemaakt.
 
In het eerste regeringsjaar van Belsassar had de profeet Daniël ook al visioenen en gezichten aanschouwd, staat in hoofdstuk 7. In dit gezicht had hij vier dieren uit de zee zien opstijgen die allen verschrikkelijk van uiterlijk waren. Het eerste dier dat hij zag was: gelijk een leeuw met adelaarsvleugels; het tweede was: gelijk een beer; het derde: gelijk een panter met vier koppen en vier vogelvleugels. Het vierde dier was helemaal verschrikkelijk om naar te kijken. Het vrat, en verbrijzelde alles met zijn poten. Terwijl Daniël toekeek, kwam er uit de tien horens die het beest op zijn kop had, weer een kleine horen te voorschijn met een mond vol grootspraak.
Daniël krijgt ook over deze vier dieren een uitleg. Hoofdstuk 7:17 zegt ons, dat het "koningen" zijn, die uit de afgrond zullen opkomen. Over het vierde dier in 7:23-24 wordt gezegd:
 
"Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn, dat verschillen zal van alle andere koninkrijken, en dat de gehele aarde zal verslinden en haar vertreden en vermorzelen. En de tien horens- uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan, en na hen zal er één opstaan; die zal van de vorige verschillen en drie koningen ten val brengen".
 
In Daniël 11 wordt door de engel Gods nog een gezicht onthuld. In dit hoofdstuk wordt zéér gedetailleerd en aan één stuk door de toekomst beschreven. Een toekomst die tussen het Perzische en het achtste en laatste Wereldrijk in ligt. Ook de dan opkomende "grote" koning die drie koningen ten val zal brengen staat er nauwkeurig in beschreven.
Om het geheel zo overzichtelijk en duidelijk mogelijk weer te geven, citeert de auteur alleen dié bijbelverzen, die betrekking hebben op het dan te behandelen Wereldrijk. Profetieën uit o.a. Daniël 7, 8 en 11.
              
         
                     
 
            
Belsassar, koning van Babel, stierf waarschijnlijk in het jaar 539 v Chr. De laatste verzen van Daniel 5 verhalen ons, dat de profeet hem aankondigde, dat zijn Rijk door God aan de Meden en Perzen gegeven was: omdat hij te licht bevonden was in Zijn ogen.In diezelfde nacht, dat hem deze woorden bekend werden gemaakt, werd Babel door de Perzische koning Kores ingenomen en Belsassar gedood.