Hoofdstuk 2
BREUK MET HET OOSTEN.
Vele eeuwen waren de betrekkingen tussen Rome en Constantinopel gespannen geweest. Ook onder Leo IX ontstond er ruzie. Na veel geharrewar excommuniceerden de pauselijke legaten de patriarch die op zijn beurt de paus in de ban sloeg. Deze was overigens al maanden dood. De breuk was definitief. Vooral door de geloofsmentaliteit die er heerste tussen het Oosten en het Westen van het oude Romeinse rijk. Ze waren ver van elkaar afgedreven. Rome zat op een heel andere frequentie en behoorde tot een heel ander Imperium.

· Stefanus IX (1057-1058) was de gekozen naam voor Frederik, een gewezen kanunnik uit Luik en broer van Godfried van Lotharingen. Zo ziet men dat adel en geestelijkheid een breiwerk van allure waren geworden binnen de Wereldkerk. De Romeinse adel schoof graaf Jan van Tusculum naar voren. Deze had een beperkte intelligentie en werd daarom "de onnozele" genoemd. Hij nam de pausnaam Benedictus X aan, maar moest weer vluchten voor Nicolaas II. De relatie Rome- Duitsland ging de verkeerde kant op. Door het decreet van 1059 i.v.m. de pauskeuze was Duitsland geheel uitgerangeerd. Alles wat het pausdom sinds jaren aan de Heilig Roomse keizer te danken had, werd tenietgedaan. Op de Duitse synode van 1061 liet aartsbisschop Anno van Keulen de decreten van Nicolaas II nietig verklaren. Tussen de keizer en de "Heilige Stoel" stapelden zich donkere wolken op, die tot ontlading kwamen, toen Hildebrand paus Gregorius VII werd. Als christen wordt je echt onpasselijk als je de kerkelijke geschiedenis leest. Hoofdzakelijk die van rondom de komst van het Heilige Roomse rijk. Bisschoppen die oorlog voeren, pausen die moorden en priesters die stelen als raven. Vaak door lieden van adel die al deze functies binnen de Kerk met dik geld bemachtigden. Ontstellend zo'n demonisch instituut met de naam: christelijk. In 1068 ontstond de eerste pauselijke aflaat voor de soldaten van het Kruis. Alweer zo'n duivelse uitvinding van Rome om geld te innen. Basilieken werden ermee verfraaid en de mens een vrijbrief verschaft om te moorden in naam van Christus. Met een aflaat kon je immers je zonden afkopen hoe erg dezen ook waren. Als je ook nog het geluk had veel geld te bezitten, waren de ergste zonden geen belemmering meer. Je kwam immers toch wel in de hemel! Bij het overlijden van Alexander II wist kardinaal Hildebrand, tegen eigen decreet in, zich tot paus te verheffen onder de naam:

· Gregorius VII (1073-1085). Nu gaat de wereld een pausdom meemaken dat tot een werelddictatuur uit zal groeien.
DE HEILIGE STOEL KEERT ZICH
TEGEN DE KEIZER.
Het pontificaat van Gregorius VII zou zich etaleren als een echte dictatuur boordevol haatgevoelens. Hij deinsde er niet voor terug de stad, waar hij ooit tot paus werd gewijd, plat te branden. Het was 22 April 1073, aan het einde van de begrafenisplechtigheid van Alexander II, toen de aanwezigen massaal: Hildebrand paus, Hildebrand paus, riepen. Kardinaal Hugo van Silva besteeg meteen de kansel en hield een gloedvol betoog ten gunste van Hildebrand. Duidelijk een vooropgezet plan en hij greep zijn kans met medewerking van handlangers. Gedurende 25 jaar had Hildebrand al gestreden om de glorie aan een totaal onteerd en bevoogd pausdom terug te schenken. Dit streven had hij beschreven in zijn "Dictatus Papae".
Het document was een bevestiging van zijn streven naar een pausdom met een absoluut en universeel gezag in zijn krachtigste vorm. Hij schreef:
Alleen de Roomse Kerk is door God gesticht.
Alleen de bisschop van Rome mag zich oecumenisch noemen.
Alleen hij mag bisschoppen benoemen, afzetten of genade verlenen.
Alle prinsen moeten de voeten van de paus kussen.
De paus heeft het recht keizers af te zetten.
Niemand kan zijn besluit ontkrachten, hij alleen kan vonnissen nietig verklaren.
Niemand kan over hem recht spreken.
De Roomse Kerk heeft zich nooit vergist en kan zich, volgens de getuigenis in de Bijbel, ook nooit vergissen, enz.

Wat een arrogantie en pretenties en geheel in tegenstelling met de beginjaren van de Kerk, toen alles nog rein en puur was. Toen was het Christus die aan het hoofd van de Kerk stond, nu de paus en de adel. Bij Gregorius VII was het een ware obsessie het pausdom te onttrekken aan alle geestelijke en aardse gezag. Het pausdom als top van de piramide, dat was zijn absolute streven. De nieuwe paus begon begin 1074 een Concilie bijeen te roepen, waar besloten werd, dat iedere priester die op verkeerde wijze was gewijd, uitgesloten werd. En iedere bisschop die zijn ambt gekocht had, ontslagen moest worden. Missen mochten niet meer opgedragen worden door gehuwde geestelijken. Omdat veel adellijke families kerkelijke functies gekocht hadden, kwam er veel spanning tussen Kerk en Staat. De paus riep opnieuw een Concilie bijeen en liet 5 bisschoppen uit de directe omgeving van keizer Hendrik afzetten. Dit was het begin van wat men de Investituurstrijd noemt die zich ruim een halve eeuw zou voortslepen. Deze strijd was natuurlijk te verwachten. Het was de botsing van twee machten die eeuwen lang intens verstrengeld met elkaar geraakt waren. Het aardse gezag mocht geen macht meer uitoefenen op de geestelijkheid en andersom. Alleen de paus bezat de macht over beiden. Natuurlijk groeide de wrevel over het autocratische gezag van Gregorius VII.

In de kerstnacht van 1075 vond de eerste aanslag plaats op deze paus tijdens een mis. De aanvallers sloten hem op in een van de stadstorens, maar het volk bevrijdde hem en hij zette de mis triomfantelijk voort. Op 26 Februari organiseerde hij weer een Concilie, een spektakel waar menig dictator jaloers op zou wezen. Hij wist de aanwezigen te overtuigen, ook keizerin Agnes, dat Hendrik VII en vele Duitse en Italiaanse bisschoppen in de ban werden gedaan. Ook werden onderhorigen van de keizer ontheven van hun eed van trouw aan de keizer die nu in z'n hemd stond. Het Duitse volk was ontsteld over deze "goddelijke vervloeking". Binnen een jaar raakte Hendrik IV steeds meer geïsoleerd, want opstandige prinsen zette hem steeds vaker onder druk. Op 2 Februari was de vervaldag. Die dag moest hij zich met de paus verzoend hebben, anders werd hij officieel onttroond. Maar het liep anders. Hendrik was niet naar Rome vertrokken, maar naar Noord-Italie, waar hij de paus wilde ontmoeten. Deze doorzag de ontstane situatie en vluchtte naar Canossa, een burcht met rondom drie dikke wallen.

De keizer probeerde blootsvoets en gehuld in een boetekleed, binnen de poorten van Canossa te komen. Dit doorzag Gregorius VII en weigerde hem te ontvangen. Uiteindelijk, na drie dagen driemaal daags terug te komen, werd hij binnen gelaten en kuste de voeten van de paus. Deze was hem nu verplicht, maar met bitterheid, de absolutie te schenken samen met de vredeskus. Toen Hendrik IV naar Duitsland vertrok liet hij vele bisschoppen ontgoocheld achter. Zij vonden dat hij een pracht kans had gemist definitief met de paus af te rekenen. In Duitsland werd Hendrik door de prinsen afgezet en kozen zijn neef graaf Rudolf von Zwaben tot heerser, wat de paus goedkeurde. Echt een duivels schaakspel die strijd om de aardse macht. Want de paus excommuniceerde Hendrik en voorspelde dat deze volgend jaar zou sterven. Helaas voor de paus stierf niet Hendrik, maar Rudolf op 15 Oktober 1080. Hendrik IV rukte meteen op naar Rome en jaren van strijd volgden. Om deze strijd verkort weer te geven: Gregorius VII werd uiteindelijk bevrijd door Robert Guiscard, een Noorman en liet diens soldaten als beloning de stad plunderen. De Romeinen kwamen in verzet en een bloedbad volgde.

De stad werd in brand gestoken en duizenden Romeinen werden geketend als slaaf verkocht aan de saracenen. In deze tragische omstandigheden eindigde het pontificaat van een hoogmoedige paus die er van droomde eens de wereld vanuit Rome te beheersen. Op 25 Mei stierf deze "Heilige Satan", zoals Petrus Damiani hem ooit noemde. Ellende, ellende en nog eens ellende had hij voortgebracht in plaats van Liefde en Trouw met een hoofdletter, zoals Christus de kerk had opgedragen. Maar ja, die was eeuwen geleden al buiten de deur gezet. Alleen Zijn kruis mocht nog dienst doen om de lading te dekken. Door de ernstige botsingen om de macht was half Rome platgebrand. Honderddertig jaar zouden er verstrijken voor het herstel van de vrede zichtbaar zou worden. In die tijd zat Rome dikwijls met twee pausen opgescheept. Ene Diederik, abt van Monte Cassino, wilde onder geen beding paus worden, maar door bedreigingen van radeloze prinsen stemde hij toch toe. Op 24 Mei 1086 werd hij gewijd tot paus:
· Victor III. Vier dagen daarna moest hij alweer vluchten voor het volk. Pas een jaar later durfde hij terug te keren en nam op 9 Mei 1087 weer plaats op de "Heilige Stoel" voor slechts acht dagen. Hij stierf op 17 September 1087, zes maanden later opgevolgd door kardinaal-bisschop Eudes van Lugery.Deze nam de naam:
· Urbanus II aan en verklaarde meteen de politiek van Gregorius VII te willen voortzetten. Ook was er nog steeds een 2e paus: Clemens III en die zetelde in Rome.
Deze liet Urbanus tijdens een Concilie in de Sint-Pieter
excommuniceren. Een jaar later wist Urbanus II met behulp van de noormannen Rome te veroveren. Een leger van Hendrik IV verjoeg hem echter weer tot 1093. Uiteindelijk vertrok Clemens III toch uit Rome en zocht zijn heil in Ravenna. De "Heilige Stoel" kwam weer vrij en Urbanus II nam er plaats op. Steeds meer Staten erkenden hem als de wettige paus en in de geest van Gregorius VII en diens: Dictatus Papae. Hij stelde allerlei strenge regels in die weer ver te zoeken waren binnen de Katholieke Wereldkerk. Deze paus is vooral berucht geworden door zijn beslissing een kruistocht te organiseren naar het beloofde land. Dit gaf het pausdom de allure leider van het Westen te zijn.
Op 27 November 1095 hield Urbanus II een toespraak tijdens het Concillie van Clermont in Frankrijk. Er was veel opwinding, want het gerucht ging dat de paus een belangrijke aankondiging zou doen. Urbanus II riep alle "christelijke strijders" op onder de wapenen te komen om het Heilige Graf van Christus bij Jeruzalem te bevrijden van de moslims. Door een vrijwilligersleger op te roepen onder de vlag van het Kruis van Christus verbond hij het hele Christendom met dit leger. Ook moest er een overkoepelen de Kerk komen, bestuurd door een alles overheersend pausdom. Iedere man die zich ten dienste stelde van dat leger, diende een kruis op zijn kleding te dragen. Iedereen die zou deelnemen beloofde hij het paradijs. Zonden, hoe erg ook, maar tot voordeel van deze Kruisvaart, zouden door God vergeven worden. Acht maanden lang trok Urbanus door Frankrijk met een enorme stoet. De mensen waren daar heel erg van onder de indruk. Hier zagen ze- van vlees en bloed- de "vertegenwoordiger" van God op aarde die opriep tot een strijd tegen de vijanden van de Kerk. Velen uit adellijke families voelden zich geroepen en namen de leiding op zich over de menselijke hordes. Doden was een zonde volgens de Kerk, maar nu was het: als je de vijanden van Christus doodde, vereiste dat nu geen boetedoening. Het was immers geen zonde volgens de geestelijkheid. Heilige slachtpartijen kregen dezelfde status als: bidden, vasten of op pelgrimstocht gaan.

EEN BLOEDSPOOR NAAR JERUZALEM
Weer was er zo' n pauselijke gladjanus opgestaan die met zijn trawanten onder de roep: God wil het, de massa wist te mobiliseren om dingen te doen, die de Here een gruwel zijn. De duivel zal uiteindelijk de "lachende derde" blijken te zijn bij al het leed dat de komende eeuwen aangericht zal worden. Aan zowel Joden als Christenen.
Ene Peter de Kluizenaar trok door gebieden, waar de bevolking al ontredderd was door overstromingen, de pest (1094), droogte en hongersnood (1095).
Hij deed de mensen geloven in het einde der wereld en dat de paus Gods opdracht had het Hemelse Jeruzalem te bevrijden. Alsof de Here daar op zat te wachten, dat het lege graf van Zijn Opgestane Zoon bevrijd zou worden. Allerlei attributen werden aanbeden, zoals de haren uit de staart van de ezel, waarop Peter de Kluizenaar reed en meer van die opgang gekomen hordes Kruisvaarders waren de Joden. De Roomse geestelijkheid maakte het volk wijs dat zij niet medeschuldig was aan de dood van Christus, maar de Joden alleen. In 1095 waren de Joodse inwoners van Worms, Mainz, Keulen, Spier en andere plaatsen langs de Rijn al door de Kruisvaarders massaal afgeslacht. Velen hadden helemaal geen geld voor de reis naar Jeruzalem. Ze maakten daarom dankbaar gebruik van de bezittingen die ze onderweg van iedere "vijand van Christus" roofden. O wee, die bisschoppen die het lef hadden Joden in bescherming te nemen. Zij werden, evenals de vijfhonderd Joden die zij in het bisschoppelijk paleis in Worms verborgen hadden, ter dood gebracht. In de Hongaarse grensstad Semlin slachtte Peter de Kluizenaar's pelgrims duizenden Hongaren af om vervolgens naar Belgrado te vertrekken. Ze plunderden de stad en staken haar in brand. En zo ging het de vele kruistochten door. Dood en verderf in de naam van Christus, omdat volgens Rome: God het zo wilde. Wat een angst zullen de inwoners van de steden en dorpen hebben gehad, toen ze vernamen dat de Kruisvaarders in aantocht waren op weg naar Jeruzalem. De keizer van het Heilige Roomse rijk en "Zijne Heiligheid" de paus; zij waren volledig in handen van het Kwaad en in hun verblindheid durfden zij zich nog te profileren als "engelen des Lichts".

· Paschalis II kwam in 1099 in Rome aan het bewind. Door allerlei politiek gekonkel probeerde ook hij het pausdom te verheffen tot het hoogste gezag op aarde, maar zijn uiteindelijke doel ontglipte hem uit handen. Op18 Januari 1118 stierf hij, veel bloed en leed achterlatend. Na zijn dood en de komst van Innocentius III als paus, waren er 15 pausen de revue gepasseerd.
Wie de levensloop van hen volgt, zal een spiegelbeeld aantreffen van hun voorgangers. De één erger dan de ander, met soms een lichtpuntje van hoop. Daarom nemen we een flinke stap door de geschiedenis en wel naar het jaar 1198. We belandden dan bij de graaf van Sequi, kardinaal Lotharius. Deze wordt op 8 Januari van dat jaar op 37 jarige leeftijd gewijd tot paus:
· Innocentius III. Zijn oom, paus Clemens III, had hem op 29 jaar al tot kardinaal gewijd, dus al vertrouwd met de geheimenissen binnen de Curie. Hij was een geboren diplomaat en beheerder. Van alle pausen uit de Middeleeuwen (1100-1300) werd Innocentius III wel de meest beruchte. Hij voelde zich tenvolle Wereldheerser en zegende diegene die hem daarin erkende. Deze paus liet de Jodenpolitiek voor het eerst in de kerkgeschiedenis der Canonieke rechten opnemen. Door hem werd het Kaïnsteken als herkenningsteken verplicht gesteld. Ook stelde hij vast dat Joden voor eens en altijd tot slavendienst gedoemd waren. De enorme glamour die tentoongespreid werd bij de inwijding van deze "vertegenwoordiger van Christus" op aarde stond haaks op de intocht van Christus op een ezeltje in Jeruzalem. Innocenius III strooide met goudstukken naar de bevolking en riep de schijnheilige woorden:

"Goud en zilver behoren mij niet toe; wat ik bezit, geef ik u". Zijn blik op de wereld was eenvoudig: als vertegen woordiger van God heeft de paus alle gezag over ieder mens, zowel koning als keizer. Hij kroont en onttroont, wie hij wil en wanneer. Zo kroonde hij in 1209 Otto IV tot keizer over het Heilige Roomse rijk. Vervolgens riep hij drie jaar later de jonge Frederik II uit tot keizer.
Deze erkende uit dankbaarheid, officieel de grenzen van de pauselijke Staten. Onder het bewind van deze paus kwam ook de inmiddels 4e kruistocht opgang. Tijdens de 4e Lateraanse Concilie op 11 November 1215 waren er 1500 prelaten uit de hele Katholieke wereld aanwezig. Allen knielden voor de machtigste aller pausen. Uit deze Concilie is o.a. de persoonlijke biecht en de plicht van de paascommunie overgebleven. Tijdens een tocht naar het Noorden stierf hij plotseling op 16 Juli 1216 te Peruzia. Na hem zou geen paus zijn macht evenaren.

· Honorius III(1216) was priesterkardinaal Censius Savelli, een schatbewaarder van de "Heilige Stoel". Van hem is bekend dat hij de volledige inventaris van alle pauselijke bezittingen te boek stelde en alle details van de financiële geheimen van het pausdom. Ook zette hij de 5e Kruistocht in gang. Hij stierf op 18 Maart 1227. De tijd die ligt tussen zijn sterven en de wijding van Urbanus VI (1378-1389) zit het pontificaat van 23 pausen. Helaas is er weinig positiefs te melden over deze periode. Alles als vanouds: strijd tussen adel en geestelijkheid, bloedbaden, zeeslagen en landoorlogen enz. Allemaal weinig verheffend. Na de pestepidemie van 1347 was er alom vertwijfeling en onzekerheid onder de mensen. Éénderde van de Europese bevolking was eraan gestorven. Ook binnen de Kerk was een crisis ontstaan, waardoor lieden van een laag emplooi ruim baan kregen. Allerlei handelaren in devotie zagen hun kans schoon. Beenderen van zogenaamde "heiligen" werden uit puur bijgeloof als heiligdommen of geluksbrengers vereerd. Graven van eenvoudige gelovigen met een verdienstelijk leven voor hun Heer, werden met pracht en praal omgeven. Dit geheel in strijd met de leefwijze van de betrokkenen. Terwijl het overgrote deel der mensen in bittere armoede verkeerde, leefden de bedelmonniken als vorsten. Binnen de muren van hun kloosters genoten zij van allerlei privileges en economische voorrechten.

· Urbanus VI was aartsbisschop van Bari, een arrogante bruut die iedereen de huid vol schold. Dit deed veel bisschoppen in hun collectieve haat tegen deze Italiaanse paus op 20 September 1378 een nieuwe paus kiezen. Deze nam de naam Clemens VII aan en vestigde zich in het Franse Avignon. Dus weer een Schisma dat 52 jaar zou duren. Beide pausen waren overtuigd van hun legitimiteit, dus elk deed de ander en zijn aanhangers in de ban.
Ontgoocheling alom, want op deze basis was de gehele Christenheid geëxcommuniceerd. Wie was nu de Kerkvorst van wie? Urbanus VI behandelde prinsen zoals hij bisschoppen behandelde, dus ook die namen stelling tegen hem. Bovendien dronk hij ook nog als een ketter. Toen hij er achter kwam dat zes kardinalen een complot tegen hem smeedde, liet hij hen oppakken en in een kuil werpen. Zelf zat de "Heilige Vader" aan de rand van de kuil vergenoegd een boek te lezen of psalmen te zingen. Al zingend en lezend genoot hij volledig van de doodsstrijd van de ongelukkigen, tot ze aan een langzame hongersdood gestorven waren.
Door ruzie met de koning van Napels moest hij vluchten. Na opgesloten te zijn geweest, wist hij toch weer te ontsnappen en stak met een dolk de bisschop van Aquileia dood. Hij liet zelfs degenen die hem uit medelijden te hulp waren geschoten ter dood brengen. Door hen in een zak vast te naaien, liet hij ze in zee gooien of levend begraven. Deze demonische rat kwam in September 138 in Rome aan en zetelde zich weer als hoofd van de Rooms Katholieke kerk op de "Heilige Stoel". Via de bul: Dominus Noster van 8 April 1389 vervroegde hij het "Heilig Jaar" ter gedachtenis van het aardse leven van de Heer Jezus Christus. Dat was zijn enige religieuze "prestatie". Gelukkig stierf hij op 15 Oktober 1389 als demente demon, de kerkelijke Staten in totale anarchie achterlatend.
De keizer van het Heilige Roomse rijk, Karel IV, Duitse bisschoppen, Portugal, Engeland, de Slavische landen en Hongarije hadden Urbanus VI erkend als paus. Frankrijk, Schotland, Ierland, Aragon, Castillo en diverse Duitse prinsen hadden de tegenpaus Clemens VII gedurende die tijd in Avignon gesteund. Op zijn 19e jaar was deze al gekozen tot bisschop en op zijn 29e jaar tot kardinaal. Zijn eigen naam was Robert van Geneve, ook zo'n schat. Tijdens de onderdrukking van de stad Cesena liet hij zijn troepen 4000 inwoners vermoorden. Dit beest was op 20 September 1378, vijf maanden na Urbanus VI, gekozen als tegenpaus. Hij leefde er financieel lustig op los, zodat de bodem van de kerkkas bijna altijd zichtbaar was. Hij stierf op 16 September 1394. Inmiddels had de Curie in Rome een opvolger voor Urbanus gewijd, ene Tomacelli en 30 jaar oud. Deze zou de geschiedenis ingaan als:

· Bonifatius IX(1389-1404). Hij blijkt een goed en beminnelijk man te zijn geweest. Gaf diverse bisschoppen en kardinalen hun positie weer terug die ze onder de vorige paus waren kwijtgeraakt. Zij mochten hun scharlaken en purperen gewaden weer dragen. Ook sloot hij vrede met diverse kerkelijke Staten en opende twee maanden na zijn aanstelling het "Heilig Jaar". Dit jubeljaar was op de eerste plaats een financiële operatie en bracht uiteindelijk toch zijn hebzucht aan het licht. Iedereen werd naar Rome gelokt om allerlei aflaten te kopen voor zoveel mogelijk geld. Iedere zonde had zijn prijs en was af te kopen; zelfs moord. Tel uit je winst; kassa!! Ook hij moest vluchten door wangedrag, maar stond na twee jaar weer op de stoep in Rome. Wie de daar op volgende geschiedenis volgt, ziet een "Heilige Stoel" voorbij komen met twee, ja zelf drie pausen tegelijk. Het gewone kerkvolk had maar een wens:er moest een eind komen aan dit Schisma. Dit wilde ene Innocentius VII ook; althans voor zijn verkiezing. Toen hij eenmaal op de pauselijke zetel zat, weigerde hij paus Benedictus XIII te
ontmoeten. Er brak een opstand uit en 14 vertegenwoor- digers van het volk begaven zich naar de paus. Deze wilde echter geen einde aan de tweedeling van de Roomse kerk. De 14 gingen huiswaarts, maar een neef van Innocentius VII sneed hen de weg af en zette hen onder druk terug te keren naar de paus. Elf gingen op het aanbod in, maar werden uiteindelijk op beestachtige wijze afgeslacht door ze uit het hoogste raam van een ziekenhuis te smijten. Dit nam de bevolking niet en ging de vluchtende paus, zijn neef en diverse kardinalen achterna. Uiteraard werden dezen door de kokende woede van het volk gedood. Een fijne tijd en wat een "christelijke liefde"- geheel in strijd met het Evangelie van Jezus Christus. Pietro Filargo werd door zijn inwijding op 26 Juni 1409 paus :

· Alexander V. Nu was de klucht ten top. De Katholieke kerk was niet eerder zo verdeeld geweest. Duitsland, Italie en de landen van het Noorden hadden Gregorius XII als paus in Rome. Spanje, Sardinie, Schotland, Corsica en een deel van Frankrijk hadden Benedictus XIII als paus die sinds 28 September 1394 in Avignon zetelde. Het grootste deel van Frankrijk en talrijke hervormingsgezinde orden erkenden Alexander V weer als wettige paus die ook in Rome zat. Deze werd echter op 17 Mei 1410 door Johannes XXIII tijdens een snel gehouden conclaaf als "Heilige Vader" vervangen. Zijn eigen naam was Balthasar Cossa en berucht omdat men hem er van verdacht twee pausen om zeep te hebben geholpen. Hij stamde natuurlijk ook weer uit een adellijke familie. Was al rijk geworden door piraterij op zee, maar ontdekte dat handel in aflaten en het belenen tegen woekerprijzen minder risico gaf dan het stelen op zee en zeer lucratief. Na veel strijd om de macht riep Johannes XXIII het Concilie van Konstanz bijeen (1414-1418). Dit op aandringen van de Duitse keizer Sigismund. Deze wilde een einde zien aan het alsmaar voortslepende Schisma. Enorm veel kardinalen, aartsbisschoppen, bisschoppen en patriarchen enz, kwamen opdagen. Zelfs vertegenwoordigers van de twee tegenpausen. Voor de buitenwereld was het celibaat als verheven voorbeeld naar voren gebracht door de geestelijkheid. Maar tijdens dit Concilie hadden honderden hoeren zich in de stad een onderkomen verschaft om aan de seksuele wensen van de heren te kunnen voldoen. Tijdens dit Concilie werd ook besloten dat evangelieprediker Johannes Hus, die Rome beschuldigde een valse leer te verkondigen, op de brandstapel moest, wat ook gebeurde. Paus Johannes XXIII moest tijdens dit Concilie, geheel tegen de verwachting in vluchten, vermomd als boerenknecht. Op 29 Mei 1415 werd hij gevangen genomen en heeft tot 1419 gevangen gezeten. Gregorius XII trad op 14 Juli 1415 af, gaf zijn Tiara terug en werd weer kardinaal. De derde paus, Benedictus XIII wilde absoluut paus blijven en stierf op 90 jarige leeftijd met de Tiara nog op zijn hoofd. Gelukkig maakt de dood een einde aan de meest verschrikkelijke situaties. Er was een einde gekomen aan een 52 jaar durend Schisma in de Westerse kerk.
Als zoon van kardinaal Agapito Colonna (over celibaat gesproken) werd Oddo in 1368 geboren en later door Urbanus VI tot kardinaal-diaken benoemd. Eenmaal paus:

· Martinus V was hij het die ervoor zorgde dat de zetel van Petrus het gezag terug kreeg die het toekwam, volgens zijn zienswijze. Het pausdom was uitgegroeid tot een absolute macht. Recente gebeurtenissen hadden echter laten zien dat er heel wat aan de weg getimmerd moest worden om deze macht te houden. Op 28 September 1420 had Rome zijn paus terug; de Enige. Hij werd door veel volk met brandende fakkels verwelkomd. De terugkeer van de paus luidde het Renaissanse-tijdperk in voor Rome en de pauselijke Staten. Een van de maatregelen van Martinus V leek doeltreffend. Hij stelde enkele nieuwe kardinalen aan om de Kerk grondig te hervormen, wat ook gebeurde. De heropbouw van Rome; straten werden hersteld, bruggen, paleizen en versterkingen gebouwd. Ondanks dat bleef ook hij zijn familie verrijken(nepotisme) met kerkelijke goederen. Hij stierf op 20 Februari 1431. Tussen die datum en 1455 zijn er een paar pausen gekozen, waarvan
· Nicolaas V te boek staat als de beste paus van die eeuw. Hij was een van de pausen die de, door de Kerk zelf verzonnen titel: "plaatsvervanger van Christus" op aarde, geen geweld aandeed. Zijn eigen gespaarde boeken zouden de kern worden van de Vaticaanse bibliotheek. Tot paus verheven op 18 Maart 1447 spande hij zich meteen in voor de vrede, want er waren weer allerlei vijandelijke bedreigingen. In 1450 moest hij Rome verlaten vanwege de pest die Europa geselde. Op 16 Maart 1452 kroonde hij Frederik tot keizer van het Heilige Roomse rijk. Dat was de laatste maal dat iemand tot keizer gekroond werd in Rome. Een moordaanslag op de paus schokte hem hevig, want zijn streven was vrede en uitsluiting van geweld geweest. Op 24 Maart 1455 stierf hij en kwam er een einde aan zijn lijden aan allerlei ziekten.
DE BORGIA' S
Tijdens een conclaaf in 1455 werd de spanjaard Alonso de Borja op 8 April tot paus:
· Calixtus III uitgeroepen. Met zijn goede staat van dienst kreeg het pausdom gelijk een verhoogd aanzien. De traditie van het pausdom was, dat ze zich niet alleen met geestelijke zaken bezig hield, maar ook met oorlogen en zeeslagen. Zo ook deze "Heilige Vader". Met allerlei bondgenoten wist hij in 1456 Belgrado te bevrijden en de zeeslag van Mytilene te winnen van de Turken. De Romeinse bevolking had beter de poorten voor de Turken kunnen openzetten dan voor de familie der Borja's (in het Italiaans verbastert door Borgia). Want in korte tijd had dit heerschap vele belangrijke functies onder familieleden uitgedeeld, zoals die van het politienetwerk en het gehele militaire apparaat. De handel in aflaten werd opnieuw interessant. Elke dag werden er grote hoeveelheden aangemaakt om geld van het goedgelovige kerkvolk af te troggelen. Neef Pedro verkocht voor maar liefst 20.000 dukaten de sleutels van de Engelenburcht, waarover hij het beheer had gekregen aan de kardinalen. Macht schijnt altijd weer het slechte in een mens naar boven te brengen. Calixtus III stierf op 6 Augustus 1458 en niemand treurde om deze eens zo onkreukbaar lijkende man.
Opgevolgd werd hij door:
· Pius II (1458-1464), een beminnelijke levensgenieter die in zijn jongere jaren er niet vies van was erotische boeken te schrijven. Maar iemand kan van inzicht veranderen. Hij werd priester, vervolgens bisschop en in 1456 door Calixtus tot kardinaal gewijd. Onder aanvoering van de jonge Rodrigo Borgia werd deze kardinaal Piccolomini, paus Pius II. Hij wilde hervormingen, maar de Curie beslist niet. Overal was corruptie binnen het Vaticaan. Zijn vriend, kardinaal van Cusa riep vertwijfeld uit: "Alles, maar dan ook alles wat hier rondom de "Heilige Stoel" gebeurt, daar walg ik van. Hier is werkelijk alles verrot". Echt, alles hing af van geld, macht, intriges, moord, noem maar op en zo'n Instituut had ook nog de pretentie christelijk te zijn. Pius II was ook druk bezig met het organiseren van een nieuwe Kruistocht naar Palestina tegen de Turken. Hij besloot zelf het commando op zich te nemen van de aanvalsvloot die maar niet kwam opdagen. Toen deze eindelijk op 12 Augustus verscheen stierf hij drie dagen later. De nieuwe paus werd:

· Paulus II(1464-1471). Als 17 jarige knaap al bisschop en op zijn 22e tot kardinaal gewijd. Zijn ijdelheid wilde dat de pauselijke kroon, de Tiara, moest worden versierd met edelstenen, wat maar liefst 200 duizend gouden florijnen kostte en dat in een tijd dat de gewone christenbevolking maar al te vaak honger leed. Ook liet hij het "Heilig Jaar" dat om de dertig jaar gevierd werd, verkorten tot om de 25 jaar. Kassa! Te beginnen in het jaar 1475, wat hij niet zou halen. Wel gaf hij Lodewijk XI, koning van Frankrijk, de titel van "zéér christelijke koning" om in de gunst bij hem te komen.
· Sixtus IV(1471-1484) deelde aan adellijke vrienden de mooiste banen uit. De één werd kardinaal, de ander gezag over de stad Subiaco of de inkomsten van de abdij van Sint-Gregorius enz. Al deze heren hadden natuurlijk meer tijd nodig voor aardse dan voor hun geestelijke functies. Sixtus IV ging zelfs zo ver, dat hij zijn op geld beluste neef graaf maakte, toen prins om hem vervolgens een prinsdom te kunnen leveren. Ook stortte de paus zich in talrijke oorlogen met de familie der Medici. Op 15 Augustus 1483 wijdde Sixtus IV de beroemde kapel in die zijn naam zou dragen, de Sixtijnse kapel. Sixtus IV stierf op 12 Augustus 1484 na een pontificaat vol verkwisting en oorlogen. Heel wat Romeinen beleefden deze dag als een der mooiste van hun leven. De haat tegen de familie van de gestorven paus was zo groot, dat de bevolking massaal aan het plunderen sloeg bij rijke neven en andere familieleden. Daarom verkoos men maar in ijltempo een nieuwe paus te wijden om zodoende een einde aan de chaos te maken. Het werd kardinaal Jean-Baptiste Cibo. Hij werd gewijd op 29 Augustus 1484 en nam de naam:

· Innocentius VIII aan. Natuurlijk kwam ook hij uit de hoogste adel, want zijn vader was vice-koning van Napels geweest. Er liepen al heel wat nakomelingen rond van deze nieuwe paus die slechts twee bastaards wilde erken- nen. Vanzelfsprekend kregen die schitterende banen toebedeeld. De koning van Napels had zijn dochter laten trouwen met een van zijn zoons. Als dank werd een 13 jarige koningszoon tot kardinaal gewijd, die op zijn 7e al abt was en op zijn 8e aartsbisschop van Aken. Deze zou dertig jaar later uitgeroepen worden tot paus Leo X. Over decadentie en vriendjespolitiek gesproken.
Gelukkig dat de kinderen en neven (vaak niet erkende kinderen van de paus) niet zo ambitieus waren als hun vader. Zij eisten geen kronen of graafschappen op, zodat de paus daar geen oorlogen om hoefde te voeren. Zijn zoon Franceschetto was wél een linke jongen. Hij stak boetes die boven de 150 dukaten lagen in eigen zak. De paus zelf beurde 120.000 dukaten voor een gevangene van hoge komaf door hem 3 jaar in bewaring te houden. Innocentius' naam zou verbonden worden aan een van de ergste fenomenen uit die tijd: de heksenjacht. Hij gaf in 1484 het groene licht hiervoor. Zo kwam de zetel van Petrus onder een alsmaar dikker wordende laag demonische modder te liggen. Voor de Allerhoogste was ze al helemaal uit het zicht verdwenen. Geen enkel sprankje licht straalde er meer van uit. Alleen de prachtige kerken, kloosters, kostbare schilderijen, gouden kelken, scharlakenrode en purperen kleding van de geestelijkheid moesten de gelovigen de indruk geven hoe mooi het in de hemel was. Ernstiger was het, dat de top de hel vertegenwoordigde. In de 16 dagen dat de "Heilige Stoel" zonder paus zat, werden er niet minder dan 220 mensen vermoord binnen de kerkgelederen. Zij stonden duidelijk in de weg. Nu kon het pausschap per opbod verkocht worden. Iedereen die het betalen kon was kandidaat-paus. Honderdduizenden dukaten werden er geboden, maar geen bod was zó hoog als die van Rodrigo Borgia de Valence. Door hem zou een kardinaal tot vice-kanselier verheven worden inclusief een paleis met alles en nog wat. Kardinaal Orsini gaf hij de steden Monticelli en Soriano en aan Colonna de stad Sabiaco inclusief alle burchten. Kardinaal Michiel kreeg het bisdom Portus en Scelfatano de stad Nepi. Dit rijke heerschap, een neef van paus Calixtus III, was op zijn 25e door zijn oom tot kardinaal- diaken en vice-kanselier van de Kerk gemaakt. Later werd hij bisschop van Valencia. Op 11 Augustus 1492 werd hij paus:

· Alexander VI. Deze, op één na rijkste kardinaal, had vanaf 1460 al drie kinderen en beslist niet vies van vrouwelijk schoon tussen de lakens. Zelfs, nadat hij getrouwd was met ene Vanozza, had deze paus een maîtresse, de knappe echtgenote van kardinaal Orsino. Oorlogen om zijn nakomelingen aan graafschappen, steden of koningtitels te helpen sierden hem. De bodem van de kerkkas was dan ook vaak zichtbaar. Gelukkig brachten de inkomsten van het "Heilig Jaar" 1500 hem weer zeer veel geld op door o.a. de verkoop van aflaten. Ook de verkoop van het purper en scharlaken van het kardinaal en bisschopsambt brachten flinke winst. En als je deze functionaris van de kerk dan weer liet vermoorden, kwamen diens bezittingen weer rechtstreeks bij de paus terecht: kassa!!
Door voedselvergiftiging kwam de "Heilige Vader" op 18 Augustus 1503 om het leven, opgevolgd door Pius III, die een maand later al stierf. Op de morgen van Allerheiligen 1503 werd Della Rovere gewijd tot paus:

· Julius II.(1503-1513). Geboren in een arm gezin, maar door de eerste paus in de familie, Sixtus IV geholpen, werd hij op zijn 27e bisschop van Carpentas. Twee maanden later tot kardinaal gewijd onder Innocentius VIII. Eenmaal op de stoel van Petrus werd hij Julius, de Verschrikkelijke. Hij was allesbehalve een "Heilige Vader of plaatsvervanger van Christus" op aarde. Tronend met ongehoorde luxe was deze paus een oorlogzuchtig iemand met een enorme passie voor geweld. Door zijn handelswijze veroverde hij wel Staten terug, maar vervreemdde hele volken van de Roomse Kerk. Hij had drie erkende dochters, ondanks het celibaat. Wie de geschiedenis van deze paus leest, ontwaart een echte rat. Gekonkel met staatshoofden, bisschoppen en oorlogen. Weinig pausen hebben zoveel oorlogen gevoerd als hij. Dankzij hem maakte Bramante, Michelangelo en Rafaël Rome tot een Italiaans baken van de Renaissance. Hij legde de eerste steen voor de Sint-Pieterbasiliek en het Vaticaans paleis. Op 31 Oktober 1512 onthulde hij de fresco's in de Sixtijnse kapel en ook stelde hij de Zwitserse Garde in. Helaas voor hem zat de Heer der wereld daar niet op te wachten. Hij wilde liefde en mededogen voor Zijn kudde. Hij had immers de leiders van Zijn gemeente op aarde deze taak opgedragen.