INLEIDING.

Het komende Tienstatenrijk en zijn leider.

VOORWOORD.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 10.

Hoofdstuk 11.

Oproep!

De ondergang van Babel op één dag, in één uur!

Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk.

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

De komst en de wederkomst van de Messias.

                          GODS OORDEEL OVER DE                    
                        ROOMS KATHOLIEKE KERK.
 
 
 
Dit thema is bestemd voor alle Rooms Katholieken, waar  ook in de wereld. Ze is bedoeld om deze grote groep van gelovigen ernstig te waarschuwen voor apocalyptische gebeurtenissen die zéér grote en catastrofale gevolgen voor hen zullen hebben. Tot op vandaag hebben zij daar geen enkele weet van. Om over deze profetische gebeurtenissen een duidelijk en begrijpelijk beeld te krijgen, beginnen we met het bijbelboek: Openbaring 17:1-9, 11.
 
"En één van de zeven engelen die de zeven schalen hadden, kwam en sprak met mij, zeggende: Kom hier, ik zal u tonen het oordeel over de grote hoer, die zit aan vele wateren, met wie de koningen der aarde gehoereerd hebben, en zij, die op de aarde wonen, zijn dronken geworden van de wijn harer hoererij. En hij voerde mij in de  geest weg naar een woestijn. En ik zag een vrouw zitten op een scharlakenrood beest, dat vol was van godslasterlijke namen, en het had zeven koppen en tien horens. En de vrouw was gehuld  in purper en scharlaken en rijk versierd met  goud, edelgesteente en paarlen, en  zij had in haar hand een gouden beker, vol gruwelen en de onreinheden  van haar hoererij. En op haar voorhoofd was een naam geschreven, een  geheimenis: het grote Babylon, moeder  van  de hoeren  en  van de gruwelen der aarde. En ik zag de vrouw dronken van het bloed der  heiligen  en van het bloed der getuigen van  Jezus.
En  ik verbaasde  mij, toen  ik haar zag, met grote verbazing. En de engel zeide tot mij: Waarom verbaast gij u? Ik zal u het  geheimenis van de vrouw zeggen en van het beest met de zeven koppen en de tien horens, dat haar draagt.
Het beest, dat  u zag, was en is niet, en het zal opkomen  uit de afgrond en het vaart ten verderve; en zij, die  op de aarde  wonen, wiens naam niet geschreven  is in  het boek des levens van  de grondlegging der wereld af, zullen zich verbazen, als zij zien, dat  het  beest was  en  niet is en er  toch zal  zijn. Hier is  het  verstand, dat wijsheid  heeft: De zeven koppen zijn zeven bergen, waarop de vrouw gezeten is. Ook zijn het zeven koningen:..................
(11) En het  beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en vaart ten verderve".                                                                                                                                                                                                                                 
                          
 
Uit vers 9 blijkt, dat de zeven koppen van het symbolische beest een dubbele profetie inzich dragen. De engel Gods zegt, dat ze zowel zeven bergen als zeven koningen voorstellen. In hoofdthema: het komende Tienstatenrijk en zijn leider, (hoofdstuk 8) gaat de auteur uitvoerig in op de woorden: "het zijn ook zeven koningen". In dit thema behandelen we alleen:"De vrouw, die gezeten is op zeven bergen".
 
Waarschijnlijk weet u, dat Rome gebouwd  is op zeven bergen, te weten:de Palatinus, de Quirinalis, de Capitolinus, de Cealius, de Ventinus, de Esquilinus en de Viminalis. Omdat de Rooms Katholieke kerk bijna 1900 jaar  in deze stad haar hoofdzetel heeft, ligt ons startpunt in: ROME.
 
We gaan aan de hand van de Rooms Katholieke kerkgeschiedenis en de willekeurig geplaatste plaatjes van kruisen, schilderijen, kerken, beelden en andere kerkelijke kostbaarheden, kijken of deze parallel lopen met de woorden:
 
"De  vrouw was  gehuld in purper en scharlaken en rijk versierd met goud, edelgesteente en paarlen, en zij had in haar hand een gouden beker vol gruwelen, en de onreinheden van haar hoererij".
 
                                               DE BRUID DES HEREN.
                                          
Nadat Paulus op zijn reizen binnen het Romeinse rijk in veel plaatsen het evangelie had gepredikt, waren daar  kleine snelgroeiende gemeenten ontstaan. Naast de roep het Woord Gods te verkondigen, werd in zo'n gemeente de hulp aan weduwen, wezen en andere hulpbehoeftigen  met liefde ter hand genomen. De onderlinge eenheid binnen en tussen de gemeenten werd bijeengehouden  door het geloof in en de liefdesband met de Heer Jezus Christus. Gebedsbijeenkomsten en de steeds terugkerende  viering van het Heilig Avondmaal verstevigden deze banden, waarin de liefde het hoogste gebod was. De vele vervolgingen zouden het jonge Christendom, ook wel "bruid des Heren"  of "lichaam van Christus" genoemd,  een vast en scherp omlijnd beeld geven. In de loop van decennia waren de vier Evangeliën en de boeken van  o.a. Petrus en Paulus vastgelegd in het Nieuwe Testament. Samen met het Oude Testament vormden ze de Bijbel en was het ambt van Oudste uitgegroeid tot die van bisschop. De bisschoppen en de diaken die onderling met elkaar in contact stonden, kregen steeds  meer de behoefte een centraal gezag  in te stellen. Dit in de persoon van een "bisschop der bisschoppen". Deze diende zich dan, vanuit zijn roeping, uit te spreken over gerezen moeilijkheden binnen de steeds groter wordende Kerk. Zo ontstond er langzamerhand, binnen de verspreide kerken uit de apostolische tijd, een pauselijke theocratie. Deze vestigde zich in Rome omdat Petrus en Paulus vanuit deze stad de door hen gestichte gemeenten hadden geleid.Moeilijkheden kwamen er door allerlei dubieuze schriftgeleerden.
Deze predikten b.v. de leer der gnostici uit het Oosten. Parallel met Rome ontstond er in het Westen ook nog een 2e centrum voor Christenen die doorgaans afkomstig waren  uit Azië, Trygië en Lyon  in Frankrijk. De wereldlijke machthebbers waren keihard voor Christenen en sloegen de gemeenten met geweld uit elkaar. In weerwil  van wat ze beoogden, ontstonden er overal nieuwe geloofsgemeenschappen.
 
 
Tijdens het jaar 189, toen Victor I bisschop van Rome werd, waren er veel spanningen tussen de Aziatische kerken en Rome. Het vastleggen van de datum voor de Paasviering, de vraag over de Goddelijkheid van Christus en de Goddelijke Drievuldigheid waren van die wrijfpunten. Victor wilde het geloof zuiver houden, niet alleen tijdens opflakkerende vervolgingen, maar ook tegenover heidense en ketterse geloofsovertuigingen. Omdat men niet tot een gemeenschappelijk standpunt wist te komen, liep het uit op een ramp.
 
Na hem werd Zefyrinus in198 bisschop van Rome; een bijna ongeletterd Christen.Bewust van zijn onvermogen, klampte hij zich vast aan een zekere Calixtus. Dit veroorzaakte een crisis binnen het jonge Christendom en het eerste Schisma in Rome zelf was een feit. Calixtus was een ex-slaaf die rondom het jaar 200 door Zefyrinus tot diaken werd gewijd. Inplaats van de briljante theoloog Hippolytus nam hij hem ook als zijn medewerker aan. Hippolytus verweet de bisschop van Rome de Kerk te laten beheren door een hebzuchtige en ambitieuze slaaf. Toen Zefyrinus in 217 stierf, hoopte Hippolytus dat men hem het lot van de Kerk in handen zou geven, maar het werd Calixtus (217-222). Door allerlei geestelijke zaken die niet in overeenstemming waren met het gangbare, beschuldigde Hippolytus de nieuwe bisschop van ketterij en dat hij de ontucht bevorderde. Hij legde veel van zijn grieven vast in een boek en liet zich erkennen als de enige ware bisschop van Rome. Er is geen bewijs te vinden, dat Hippolytus als paus werd erkend; toch heeft hij bijna 20 jaar een deel van de gelovigen aangevoerd. Hij is de geschiedenis ingegaan als de eerste "tegenpaus".
 
Nadat Calixtus vermoord was, kwam Urbanus(222-230) op de bisschopszetel en werd Alexander Severus op 14 jarige leeftijd tot Romeins keizer uitgeroepen. Zijn moeder en grootmoeder werden zijn regenten vanwege z'n jonge leeftijd en lieten de Christenen ongemoeid in hun geloofs beleving. Deze waren daarvóór heftig vervolgd. In 230 werd Urbanus opgevolgd door Pontianus als bisschop van Rome. En in die dagen werd de jonge keizer door zijn eigen soldaten vermoord en opgevolgd door Maximus de Thraciër.
Onder hem namen de christenvervolgingen weer in alle hevigheid toe. Bisschop Pontianus en diens tegenstrever Hippolytus werden door de nieuwe keizer naar de mijnen in Sardinië verbannen. Hippolytus kwam toen eindelijk tot het besef hoe hoogmoedig zijn streven naar kerkelijke macht was geweest en nam per brief afstand daarvan én ontslag. Ook gaf hij de opdracht de eenheid binnen de Kerk te herstellen. Pontianus bleef daarin niet achter voor hij op 30 September 235 stierf. Zijn opvolger Anterus stierf al na zes weken.
Gelukkig hadden vier kandidaat-troonopvolgers het té druk wie van hen de opvolger zou worden. Keizer Maximus was namelijk afgezet. 
 
                                                              
 
Door de strijd om de troonopvolging werden de Christenen weer even met rust gelaten. De nieuwe bisschop van Rome werd Fabianus (236-250). Deze maakte dankbaar gebruik van die godsvrede door orde op zaken te stellen in zijn Kerk. Door het schisma met Hippolytus was deze totaal ontredderd. Hij legde de administratieve basis van het toekomstige Roomse rijk. Hij deelde de Roomse kerk op in zeven districten met elk een diaken aan het hoofd. Na vele strubbelingen met christelijke gemeenten in andere landen, viel Fabianus ten prooi aan de vervolgingen van keizer Decius op 10 Januari 250. De keizer wilde een grondige zuivering doorvoeren en vooral de vroegere heidense godsdiensten herinvoeren. In die dagen hebben vele Christenen hun leven op de brandstapel gelaten. Zij bleven trouw aan hun Hemelse Vader en Diens Gezalfde, Jezus Christus. Er waren er ook velen die hun Heer wél verloochenden en offerden aan de afgoden om zo hun leven te redden. In Maart 251 werd priester Cornelius tot de nieuwe bisschop van Rome gewijd. Hij bezat de mildheid de vele afvalligen die toch weer in de Kerk opgenomen wilden worden, toe te laten. Dit tot grote ergernis van ene Novatianus, die de massa deserteurs beslist niet meer zag zitten. Ze hadden immers hun Heer verloochend en hun Christen-zijn vergooid. Op een slinkse wijze liet hij zich door enkele dronkengevoerde bisschoppen tot bisschop van Rome wijden. Ongeveer 15 jaar na het eerste Schisma, zat Rome met een tweede opgezadeld die slechts enkele maanden zou duren. In September 251 kwamen zestig bisschoppen uit alle windhoeken in Rome tezamen en excommuniceerden Novatianus en werd Cornelius weer in zijn ambt bevestigd. Helaas voor korte duur, want onder het bewind van keizer Gallus braken de vervolgingen weer in alle hevigheid uit en werd Cornelius verbannen.
                                                 
                                                         
 
 
Met keizer Diocletianus, die in 284 de macht kreeg, braken er tijden van verschrikkelijk wrede vervolgingen aan voor de Christenen. Kerkgebouwen werden verwoest, Christenen beestachtig afgeslacht en zuiveringen in het leger doorgevoerd. Dit om er zeker van te zijn, dat alle soldaten bereid waren aan zijn goden te offeren. Een ontstellend wrede tijd, waaraan pas in 305 een einde kwam. Een ernstige ziekte dwong hem af te treden. Na veel politiek geharrewar en veel  menselijk leed versloeg op 28 Oktober 312 ene Constantijn zijn rivaal Maxentius en werd keizer van het Romeinse Imperium.
Deze keizer zag in, dat een eindeloze strijd tegen de Christenen weleens het einde van het keizerrijk kon inluiden. Hij vaardigde zijn "Edict der Verdraagzaamheid" uit  in Milaan. Eindelijk kregen de christelijke kerken de volle vrijheid hun geloof te belijden. De bisschop van Rome was op dat moment Miltiades(310-314). De Kerk ging in de nieuw ontstane situatie haar structuur danig wijzigen. Met de inschakeling van de Kerk binnen het Romeinse Staats bestel was het aankweken van diplomatie een vereiste. Keizer Constantijn eiste dat het primaatschap  van de bisschop van Rome alleen in deze stad gevestigd mocht worden. Hij vond dat deze stad de apostel Petrus als eerste "bisschop" gehuisvest had. De opvolger van  Miltiades werd Silvester, die 21 jaar bisschop van Rome zou blijven. Hij was een geestelijke zwakkeling die z'n gehele ambtstermijn in het voetspoor van de keizer liep, die op kerkelijk terrein de lakens uitdeelde. Zo liet Constantijn in 325 het eerste grote Concilie van de Kerk bijeen roepen in Nicomedia. De Kerk was inmiddels uitgegroeid tot Wereld- kerk. Er kwamen maar liefst 275 bisschoppen uit alle hoeken en gaten van zijn Keizerrijk  om het Concilie bij te wonen. Later vestigde de keizer zich in het Oostelijke deel van zijn Rijk, in de  hoofdstad  Byzantium(Constantinopel) en liet hij Rome voor wat het was. Op dat moment  kon hij niet vermoeden dat deze stad, mede door hem, in latere tijden het kloppend hart  van het Christendom zou worden. Helaas wel een hart aangetast door zéér ernstige ziekten zoals vet en praalzucht.
 
                          
                                  DE OPKOMST VAN HET PAUSDOM. 
 
De dood van keizer Constantijn op 22 Mei 337 gaf Julius I  (337-352), die enkele maanden daarvoor tot bisschop gewijd was, veel armslag. Hij werd de eerste bisschop van Rome die de titel paus werd toegekend. De zoon van Constantijn, keizer Constantius, bemoeide zich net als  zijn vader op drammerige wijze met allerlei geloofszaken. Alsof hij de geestelijk leider van de Kerk was. Op een gegeven moment zat de Kerk, door zijn toedoen, met twee pausen opgezadeld, Liberius en Felix II, de  tegenpaus. Liberius stierf in September 366 en werd opgevolgd door Damascus (366-384). De wijze waarop deze gekozen werd, stond mijlenver van het Evangelie die men zei te vertegen woordigen. Onderling gekonkel, gedreven door heidense machtswellust en tientallen doden door brandstichting, opende de weg naar de felbegeerde bisschopszetel van Rome. Alleen maar omdat deze steeds meer aardse macht ging uitstralen. Damascus verwoordde de kerkelijke macht op het Concilie van Rome in 382 met de woorden: "De Heilige Kerk van Rome bezit de suprematie over alle anderen, niet op grond van één of ander conciliedecreet, maar uit de voorrang die onze Heer Zelf  in het Evangelie aanduidde met  de woorden:  "Gij  zijt Petrus, en  op  deze steenrots zal Ik mijn Kerk bouwen". Onder het bewind van Damascus kreeg ook het celibaat zijn vaste vorm, zoals we die tegenwoordig nog  kennen. Dit geheel in strijd met de priesters uit het Oude Verbond die net als Petrus gewoon gehuwd waren en kinderen hadden. Iets wat geheel onwezenlijk overkomt binnen de Rooms Katholieke kerk. Ook andere menselijke geboden en verboden zouden in de loop der eeuwen aan de oppervlakte komen drijven. Wetten en instellingen die het kwade en het verdorvene in de mens blootleggen en de blijde boodschap van de Verlossing zullen doen ondersneeuwen. Wie als katholiek de Roomse kerkgeschiedenis blijft volgen, zal met dingen geconfronteerd worden, waar hij of zij geen weet van had. Want  satan, geraffineerd als hij is, zal zich in de  komende eeuwen voordoen als een "engel des Lichts". Hij zal gaan proberen het kerkelijke gezag van Rome binnen zijn invloedssfeer te loodsen. Slechts met één doel: Jezus Christus, de Heer der kerk, buiten de Kerk te plaatsen.        
            
                                     
                                        
 
· Siricius (384-399) was de eerste "echte" paus. Hem werd door de bisschoppen van Spanje tot in het Oosten en van Afrika tot Gallië onuitgesproken gezag toegekend. In hun ogen was hij de onmiskenbare opvolger van Petrus. Siricius maakte hier dankbaar gebruik van. Brieven die hij verstuurde, hadden de inhoud als die van een alleen heerser met dwingende voorschriften en strenge geboden. In 386 riep paus Siricius een Concilie samen met als hoofdthema: de bevestiging van het pausschap als opvolger van Petrus.Vanaf die tijd, tot aan zijn dood in November 399, werd de Katholieke kerk met ijzeren hand bestuurd vanuit Rome. Als erfenis liet hij drie  verfraaide kerkgebouwen na én het pausschap.  
                                          
                                              
 
· Innocentius I (402-417) volgde hem op. Wie de geschiedenis leest, die tussen grote beslissingen en gebeurtenissen inzit van die dagen, vindt er één van strijd, verbanningen, achterklap, moord en verrijking. In die dagen regeerde de Romeinse keizer Hororius. Hij zat in zijn paleis te Ravenna te wachten op de gewelddadige  komst van Alarik, de hoofdman der Goten. Deze kon bij de verovering van Rome zoveel geld krijgen als hij eiste en kreeg ook de vrijheid Rome te plunderen. Hij mocht echter geen mensen doden en kerkgebouwen platbranden. Men vermoedt dat paus Innocentius hier grote invloed op heeft gehad. Maatschappelijk had het primaatschap van Innocentius I grote uitstraling binnen de Wereldkerk.
Zelfs nadat hij op 12 Maart 417 stierf en opgevolgd werd door Zosimus(417-418). Deze stierf na veel moeilijkheden door verkeerd tactisch handelen met vele kerkelijke gewesten al na een jaar. De stoel van Petrus was al zover in het maatschappelijk moeras gezakt dat ze een wereldse machthebber om hulp moest vragen bij beslissingen.
Want wie moest paus Zosimus nu opvolgen; priester Eulalius of Bonifatius?
 
                                     
 
· Bonifatius (418-422) werd uiteindelijk de nieuwe paus. Hij slaagde erin, dat de provincie Illyrië onder leiding van het pausdom kwam te staan, verkregen van de Oost- romeinse keizer Theodorus II. Bij de dood van deze paus was het pausdom gestaag op weg steeds meer aards gezag te verwerven.
 
· Sixtus III werd op 31 Juli 432 de nieuwe bisschop van Rome. Onder deze paus, die vele kerken en basilieken liet bouwen en restaureren, kon het niet duur en weelderig genoeg zijn. Dit allemaal door een concurrentiestrijd met de kerkelijke praalzucht van Constantinopel, de hoofdstad  van het Oost-Romeinse Imperium. De goudhonger van de Roomse kerk was in die dagen niet te stillen; goud, vooral afkomstig uit erfenissen van rijken. Daar tegenover stond voor Kerk en Staat de dreiging van twee vijanden; ketterijen en de Hunnen.
                                               
                                               
 
· Paus Leo de Grote (440-461) zou dé aangewezen persoon blijken te zijn dezen  en vele andere problemen het hoofd te kunnen bieden. Hij pakte de ketterijen aan en riep de Concilie van Chalcedon bijeen, waar hij zijn fameuze brief aan ene Flavianus liet voorlezen. De geestelijkheid riep daarop verrukt uit: "Het is waarlijk Petrus zelf die, bij monde van paus Leo, heeft gesproken". Paus Leo stelde voor de  bisschop van  Rome voortaan te laten vertegen woordigen bij de keizer. Donkere wolken pakten zich samen boven Rome. Attila, de gezel Gods, zoals men hem noemde, deed de stad sidderen. Niemand wist deze Hunnenleider tegen te houden. Keizer Valentinianus III was al binnen de versterkte muren van Rome gevlucht.
Er bestaat een sterk vermoeden dat Leo de Grote grote invloed heeft gehad op de beslissing van Attila Rome  met rust te laten. Genserik, de volgende plunderaar deed dat niet. Deze gaf de paus wel de toezegging haar inwoners te sparen, plus drie grote basilieken.
 
                                
 
· Hilarius (461-468) zou de volgende kerkleider worden en was bedreven in het tactvol handelen met de Gotische veroveraars. Plunderingen en verwoestingen die deze barbaren in Rome aan veel kerken en basilieken hadden aangericht, liet Hilarius volledig herstellen in de jaren van zijn episcopaat. Het Romeinse rijk was inmiddels in diep verval geraakt.
 
· Simplicius (468-483) werd de opvolger van Hilarius. Een paar jaar later werd de laatste keizer, Romulus, door Odoaker aan de kant gezet, hief de titel keizer op en maakte zichzelf koning van Italië. Omdat hij Christen was, eigende hij zich meteen het recht toe het beheer over de Kerk te controleren. Ook waren er spanningen tussen de Kerken van het Oost- en het Westelijk deel van het Romeinse rijk. Deze zorgden ervoor, dat zich een splitsing tussen Rome en Constantinopel voltrok.
                                     
                                 
 
· Felix II (483-492) werd in die dagen paus in Rome, terwijl Constantinopel onder leiding stond van patriarch Acacius. De splitsing duurde 35 jaar. Tijdens  het pontificaat van  Felix II  zou de  politieke  toestand  in het West- Romeinse   rijk  drastisch  veranderen. Voordat  hij paus werd, was hij reeds vader en de latere Gregorius de Grote zijn achterkleinzoon.
 
· Gelasius' (492-496) macht was in zijn dagen al groter dan  die  van  het aardse  gezag. Hij  kon elke  politieke druk van zich afschudden en legde dat ook hooghartig vast in een brief aan de keizer.
 
"Er bestaan twee machten, doorluchtige keizer, die over de wereld heersen: het heilig  gezag van  de bisschoppen en  het gezag van koningen. Het gezag van de bisschoppen staat boven  dat van de koningen, enz".
 
Duidelijker kon het niet en dit document werd ook beschouwd als hét grote Charter van het pausdom. Gelasius' pontificaat was beslissend voor de toekomstige relaties tussen Kerk en Staat.
 
                                           
 
· Anastasius(496-498) volgde hem op en hij wilde tussen de Kerken van het Oosten en het Westen verzoening, maar de Clerus was onverzoenlijk. Die hadden alleen  maar oog voor het uitbouwen van het Roomse gezag. De  volgende paus, Laurentius, wilde en velen met hem, ook verzoening met de Oosterse Kerk en verkoos diaken Symmachus als medewerker. Eenmaal aangesteld vond deze, dat hij op gelijke niveau stond met de paus. Uiteindelijk moest het aardse gezag worden ingeroepen om de Kerk aan een wettelijke uitgeroepen paus te helpen. Theodorik, koning van Italië, beslechtte de zaak in het voordeel van Symmachus, omdat deze tegen een verzoening met de Oosterse kerk was. Zo liet Theodorik  zien, dat  niet de keizer van Constantinopel, maar hij in Italië de dienst uitmaakte. Dat  pausen het niet zo nauw namen met de zedelijkheid en kwistig omgingen met  kerkelijke goederen, laat de levenswandel van Symmachus ons zien.Toen hij zich daarin ontdekt voelde, nam hij de vlucht en verschanste zich in de Sint-Pieter. Uiteindelijk  werden al zijn bezittingen hem ontnomen. De geestelijke kwaliteiten van deze "paus" waren gelijk aan die van een querrillastrijder. Vier jaar lang maakte zijn aanhangers én die van Laurentius, de straten van Rome onveilig met bloedige gevechten. Symmachus stierf op 19 Juli 514, na een herwonnen vertrouwen rondom zijn persoon. Uit de  geschiedenis van de komende en gaande pausen blijkt, dat ze tot hun oren toe in de politiek zaten. Met gekonkel en  wreedheden probeerden ze op slinkse wijze hun aardse macht te verbreden. De eerste bisschop van Rome die zijn  eigenlijke naam liet veranderen in een pausnaam  was Mercurius.
 
· Johannes II(533-535) nam hij als naam  aan .                                  
                                               
                                                                        
 
· Virilius kwam in 537 op de Roomse zetel te zitten.
Een misdadige lafaard die zijn voorganger Silverius door verhongering liet doodgaan en mag gerust de eerste pausmoordenaar genoemd worden. Inmiddels was het eens zo fiere Rome, hoofdstad van het Romeinse rijk, vervallen tot een puinhoop. Een stad die steeds verder in de greep van priesters en monniken kwam. Nadat ze eerst de Oostgoten en de Byzantijnse keizers onderhorig was geweest, zou het Westen haar onafhankelijkheid herwinnen.
 
· Gregorius de Grote (590-604), de achterkleinzoon van Felix II, zou er veel veranderen. Schatrijk was deze adellijke familie met uitgestrekte landerijen en paleizen.
Op 3 September werd hij tot paus gewijd. Hij zorgde er voor dat  de  voortdurende   oorlogen  beëindigd  werden en stimuleerde de economie voor de Italiaanse bevolking die in grote armoede leefde. Hij bouwde en verbeterde  de kerkelijke infrastructuur en gelastte de priesters de heidense volken in West-Europa tot het Christendom te bekeren. Bij zijn overlijden was de eerste grote paus van het Westen heengegaan. Een van zijn opvolgers maakte dankbaar gebruik van de heersende voedselschaarste. Hij verkocht graan van de "Heilige Stoel" tegen woekerprijzen aan de bevolking.                     
 
· Bonifatius V (619-625) Tijdens zijn pontificaat ontstond er in Arabië een  godsdienst die in latere tijden grote invloed zou gaan uitoefenen op de geschiedenis: de islam.
      
                                                                   
 
· Honorius I (625-638), zijn opvolger. Deze zou de geschiedenis ingaan als de bedenker van de pauselijke onfeilbaarheid. Hij volgde in de voetsporen van Gregorius de Grote. Op allerlei gebied was hij uiterst actief, liet basilieken herstellen, verzoende twisten binnen de kerkelijke gelederen en gaf Rome weer geestelijk prestige. Alleen zijn brief: de pauselijke onfeilbaarheid, gaf een kink in de kabel en zou enorm veel stof doen opwaaien in de komende dertien eeuwen.
 
 
                             ROME EN HET HEILIGE ROOMSE RIJK.             
 
Van 642 tot 715  kwamen er heel wat pausen van Oostelijke afkomst op de "Heilige Stoel" terecht. Die jaren werden o.a. gekenmerkt door een voortdurende strijd op zowel geestelijk als wereldlijk terrein tussen Rome  en Byzantium.
    
                                              
 
· Gregorius II, een  Romeinse  bisschop, werd op19 Mei 715 tot paus gewijd. Deze paus besefte goed, dat de macht van het Oost-Romeinse rijk onder leiding van de Byzantijnse keizer, nog slechts een schaduw was van vroeger. Daarom richtte hij zich hoofdzakelijk op de Germaanse rijken binnen de grenzen van het voormalige Westromeinse rijk. Vooral op die der Franken en zette spoed achter de kerstening van deze volken. Zo laat de geschiedenis der Merovingers een voortdurende strijd zien, waarin moord en verraad de boventoon voerden. De politieke eenheid binnen het Frankische koninkrijk bleef daarom zeer labiel. Het gelukte de Karolinger Pepijn van Herstal orde op zaken te stellen in de chaos. Die hadden de opvolgers van Clovis, kleinzoon van de legendarische Meroveus, in  het Frankenrijk achtergelaten. Zijn zoon Karel Martel wist West-Europa te behoeden voor de oprukkende islam. Dit alles ontging de "Heilige Stoel" niet en sloot met deze nieuwe machthebbers een verbond. Het hoogtepunt vond plaats toen Martels kleinzoon, Karel de Grote, in 800 tot keizer van het Heilige Roomse rijk werd gekroond. De West-Europese geschiedenis had met deze kroning een mijlpaal bereikt. Ze sloot hiermee een periode van ontwikkeling van bijna vier eeuwen af.
 
                                             
 
                                     
Zowel Kerk als Staat waren bij het ontstaan van het Heilige Roomse rijk de mening toegedaan, dat het hier niet ging om een nieuw Rijk. Ze dachten meer aan de voortzetting van het, uit haar as herrezen Romeinse rijk.Voorafgaande aan deze ontwikkelingen,waren de gebeurtenissen binnen de West-Europese geestelijkheid verre van christelijk. Intriges, verraad en moord waren schering en inslag om zo de  macht binnen Kerk en Staat te verwerven. 
 
· Leo III (795-816) nam het initiatief Karel de Grote de keizerskroon op het hoofd te zetten. Alleen maar met de gedachte, dat hij dan boven hem kwam te staan . Want de achterliggende gedachte van het pausdom was de oude opvatting van een keizerlijke kerk. Leo III liet geen kerk ongemoeid die niet aan z'n restauratiedrift ontkwam. Hij stierf op 12 Juni 816, tien  dagen later opgevolgd  door
 
Stefanus IV. Zes  maanden later werd deze alweer door de dood opgehaald. Soms gingen er  maanden  voorbij  eer  er een nieuwe paus werd gekozen,  maar nu  dezelfde dag  al.
 
· Pascalis (817-824). Deze Romeinse monnik zette de politiek van zijn voorgangers voort, zodat de Roomse Kerk zich blijvend concentreerde op het Frankische rijk. Temeer daar keizer Lodewijk de Vrome in 817 de soevereiniteit van de paus over de kerkelijke Staten nogmaals had bevestigd. De politieke geslepenheid van het Opperste geestelijke gezag binnen het Heilige Roomse rijk had zich verfijnd. Ze voelde feilloos aan hoé haar politieke en geestelijke gezag te doen groeien. Alhoewel dat ook weleens mis ging, draaide de kerkelijke wind zich razendsnel in de goede richting.
                                                  
                                      
 
· Gregorius IV (827- 844). Door hem  werd het vandaag nog bekende  feest der "Allerheiligen" ingevoerd. Na  diens  dood werd een lid van  de adel paus,
 
· Sergius II. Deze weigerde een eed van trouw af te leggen aan keizer Lotharis, waarop deze meteen zijn zoon Lodewijk II met een leger richting Rome zond. Notabene onder leiding van bisschop Drogo, een zoon van Karel de Grote. Kerkelijke handel bracht veel geld op en de paus had er geen bezwaar tegen dat zijn broer voor veel geld een mooie kerkelijke functie kocht.
 
· Leo IV (847-855) liet de wallen rondom Rome danig verstevigen en verbeteren, na al die plunderingen door de saracenen (moslims) in de dagen van Sergius II. Hij gaf in 849 de Romeinse vloot, als een heidens admiraal, bevel uit te varen om de terugkerende saracenen te vernietigen. Een hevige storm ging hem echter voor en werd de vloot der saracenen volkomen weggevaagd door natuurgeweld. Dit maakte Leo IV tot  een nieuwe "Mozes" onder  de gelovigen. Door geknoei met echte en nepdocumenten van de "Decretalen" van de beroemde Isidorus van Sevilla, probeerde Leo IV aan te tonen dat de geestelijkheid macht en overwicht had over het aardse gezag. Ook had het primaatschap van de paus gezag over geheel de Kerk, waar ook op aarde. Onvoorstelbaar, gezien vanuit het Nieuwe Testament, dat er zoveel rivaliteit was tussen de geestelijken onderling als het om kerkelijke macht ging. Vooral om de Stoel van Petrus. Legertjes aanhangers stuurden ze op elkaar af om hun felbegeerde positie te bemachtigen. Keizer Lodewijk II was in Rome aanwezig, toen men op 24 April 858 een paus van allure koos.             
 
                                       
                                              
· Nicolaas I de Grote (858-867). Dominant, moreel van hoog gehalte, zeer intelligent en van adel. Hij stond een duidelijk omlijnde scheiding tussen het wereldlijke en het geestelijke gezag voor. Ook stond hij de Staat geen enkele inspraak toe in aangelegenheden van de kerk, en andersom. Maar zag zich wel verplicht de kerkelijke te versterken en te centraliseren. Hij  veroordeelde oorlogen en zag martelen van dieven en rovers als een misdaad.
 
· Hadrianus II (867-872)  werd  zijn  opvolger en  bezat een  gezin  met  kinderen, terwijl  zijn  vader bisschop  was.
                                       
                                          
 
· Johannes VIII (872-882). In hem schuilde meer een soldaat dan christenpriester. Als aartsdiaken had hij al vele vestingen en een hele vloot aan oorlogschepen laten bouwen. Liet zonder aarzelen tientallen Napolitaanse gevangenen een kopje kleiner maken. Als geestelijke had hij namelijk zijn zin niet gekregen in de strijd tegen de saracenen. Deze paus was een zeer gewelddadige en wraakzuchtige man, een echte misdadiger.
Een echte voorloper van pausen die hem nog zouden volgen. Uiteindelijk, nadat gif niet snel resultaat had, sloeg familie hem met een hamer de hersenen in. Zoals hij geleefd had, stierf hij.
 
Ver van  het  Evangelie verwijderd  en geheel verstrikt in het politieke moeras, werd  de "Heilige Stoel" steeds  meer en  meer de troon van de duivel. Liefst 48 pausen zouden elkaar opvolgen als een speelbal van 3 machtige families: 
 
de Theophylactos (880-962),
de Crescentiï (962- 1012) en
de Tusculums (1012-1046).
 
In de periode 880-1046 zullen de trawanten van satan alles uitvreten wat God, in Zijn Zoon Jezus Christus, verboden had.
· Marinus I volgde zijn vermoorde voorganger op en hij werd twee jaar later weer opgevolgd door:
                                 
                                         
 
· Hadrianus III. Dit was een onbetrouwbaar figuur die een tegenstander zonder enig mededogen de ogen liet uitsteken. Diens vrouw liet hij naakt door de straten van Rome jagen en te kijk zetten. Zijn opvolger was geen haar beter, want stelen was z'n hobby. Rome verkeerde echt in anarchie  en het Heilige Roomse rijk onder het gezag van de Karolingse adel in decadentie.
 
· Stefanus VI . Deze paus liet zich zo door haat leiden tegen zijn reeds gestorven voorganger Formosus, dat hij hem liet opgraven. Hij liet het rottende lijk aankleden en zette het op de pauselijke troon om hem tijdens een macaber  proces te  laten veroordelen. De uitspraak: hij was nooit paus geweest en liet vervolgens diens vingers, die menigten  van mensen gezegend hadden, afsnijden. Walgelijk, maar  Stefanus VI  kreeg z'n  loon toebedeeld, want moordzuchtige priesters namen hem gevangen en wurgde hem daarna. Door de moordzucht der pausen volgde de één de ander in snel tempo op. 
 
· Leo V. In Juli 903 tot paus gewijd en in September van hetzelfde jaar alweer gevangen genomen en vermoord door zijn opvolger, paus Christoffel. Deze  werd op zijn beurt weer door opvolger paus Sergius III  eigenhandig om zeep geholpen. Door handen die even later gelovigen zegenden in de naam van Christus. Binnen het Heilige Roomse rijk hadden zich allerlei zelfstandige vorsten dommen ontwikkeld. De paustitel, met z'n  vele vertakkingen binnen deze koninkrijkjes, werd daardoor een zéér begerenswaardig  en winstgevend object. Menige adellijke familie wilde deze hoogste job in handen krijgen.       
                                     
                                          
 
· Sergius III (904) kwam met hulp van ene Theodora door moord op paus Christoffel aan de macht. Deze vrouw was een geslepen tante met een demonische machtswel lust. Zij had een15 jarige dochter, Merozia, met wie de 45 jarige paus graag het bed wilde delen. Het kind dat uit deze antichristelijke relatie voortkwam, zou de latere  paus Johannes XI worden. Sergius III, zo liederlijk als hij was, stierf toch een natuurlijke dood dankzij de bescherming van hen die daar garen bij spinden.
 
· Anastasius III  werd niet eens meer gekozen door de Curie, maar door de machtige Theodora  en haar beide dochters en na  hem ene  Lando. De vrouwen hadden van Rome één groot bordeel gemaakt, waar veel geld viel te verdienen. Theodora had vele minnaars en liet één van hen tot paus kiezen:
                                        
                                             
 
· Johannes X (914-928). Hij wilde geen vazal  van haar zijn en probeerde met militair succes aan haar macht te ontsnappen. Als kundig strateeg ter land en ter zee, leidde hij in 916 de saracenen in de val en sloeg menigeen het hoofd af. Deze paus, de minnaar van Theodora en haar dochter, werd door de  man van Merozia door verstikking om het leven gebracht. Na enkele pausen aangesteld te hebben, liet Merozia haar zoon, verwekt door paus  Sergius III, uitroepen tot :
 
· Johannes XI. Hij was 25 jaar toen  hij paus  werd, maar Merozia, de klassehoer, wilde nog meer. Ze wilde  tot de hoogste adel gaan behoren. Door  toeval had ze iemand op het oog, maar kon alleen door intriges en moord  haar doel  bereiken. Paus Johannes XI zou  het huwelijk van  zijn moeder inzegenen. Alberik, een zoon uit het eerste huwelijk van Marozia, walgde van dit voorgenomen besluit en het kwam tot een gevecht. Dat resulteerde in het opsluiten van zijn moeder en halfbroer, de paus, in een kerker. Daar stierf Johannes XI in December 935 onder vernederende omstandigheden. Alberik gaf het pausdom gedeeltelijk zijn waardigheid terug, om onder Johannes XII, notabene zijn eigen zoon, te vervallen in de meest weerzinwekkende  schande. Onder het gezag van Alberik werden diverse pausen aangesteld, maar vond het toch raadzaam ook  zijn zoon Octavianus paus te laten worden. Hij kreeg de belofte van de Romeinen dat als de heersende paus Agapidus zou komen te sterven, deze zoon hem mocht opvolgen. Dat gebeurde op 16 December  955. Octavianus werd op 17 jarige leeftijd gewijd  tot  paus:       
 
                                            
 
· Johannes XII(955-963). Deze zou van Rome echt een verdorven stad maken. Zijn paard riep hij uit tot senator, wijdde een stalknecht tot diaken, maakte van een jongetje van tien die hij seksueel misbruikte een bisschop. Hoeren die hem ten dienste stonden, betaalde hij met kelken en cibories. Hij offerde aan Venus en Jupiter met een toost op de duivel. Hij liet plannen maken tot het heroveren van de eens aan de Kerk toebehoorde grondgebieden.  Uiteindelijk vond hij steun bij de Duitse koning Otto I die zich de nieuwe "Karel de Grote" waande. Na de nodige veroveringen werd hij in Rome tot keizer van het Heilige Roomse rijk gekroond. Dit ritueel zou zo blijven tot de val van dit Rijk. Door gekonkel om de macht kwamen de kaarten zo te liggen, dat de keizer voortaan zijn goedkeuring moest geven om een nieuwe paus te wijden. Johannes XII werd op 4 December 963 aan de kant gezet, 25 jaar oud en  opgevolgd door de volgende:
 
· Leo VIII. Deze was een leek, maar ontving toch alle kerkelijke wijdingen. De afgezette paus zag echter op een gegeven moment zijn kans schoon de paus aan te vallen, maar deze wist te ontkomen. Degenen die hem verdedigden en in handen van de ex-paus vielen, werden de ogen uitgestoken en neus en oren afgesneden. Op 14 Mei 964 stierf deze Johannes XII aan zijn verwondingen. Deze had hij opgelopen toen een echtgenoot hem in het bed van zijn vrouw had aangetroffen.
Leo VIII zette zijn  pontificaat na deze onderbreking weer voort, ook al was hij opgevolgd door Benedictus V. De volgende paus  werd:
                                       
                                                 
 
· Johannes XIII,  een kandidaat van keizer Otto I.
Hij was de zoon van Theodora, de jonge zuster en volgelinge van hoerenmadame Marozia. Met hem wilde de keizer zijn greep op Rome verstevigen. De Romeinen kwamen in  opstand en  namen  hem  gevangen, maar hij wist te ontsnappen en vluchtte naar keizer Otto. Met diens hulp wist de paus de "Heilige Stoel" weer te claimen. De opstandelingen werden de ogen uitgestoken, verbannen of gedood. Op Kerstavond 967 kroonde Johannes XIII, onder supervisie van Otto de Grote, diens zoon van 12 jaar tot keizer. Vijf jaar later werd dezelfde Otto door hem in de echt verbonden met Theophane, de nicht van de Byzantijnse keizer.
 
· Benedictus VI werd de volgende paus die aan de leiband van de keizer liep. Hij werd echter weer door graaf Crescentius afgezet en die liet diaken Franco tot paus uitgeroepen.
                            
                               
                             
· Bonifatius VII. De eerste daad die "Zijne Heiligheid" nam, was het laten wurgen van zijn voorganger. Dit schokte de Romeinen zo, dat hij naar Byzantium moest vluchten, wel met medeneming van de Sint-Pietersschat. Jaren later zou hij weer terugkeren naar Rome. Inmiddels zat Benedictus VII  op de "Heilige Stoel" (974). Een man die de teugels van het celibaat strakker aanhaalde, maar kort daarop weer opgevolgd werd door Johannes XIV.  Pas gewijd  stierf keizer  Otto, wat Bonifatius VII ertoe bewoog naar Rome terug te keren. Hij liet Johannes XIV gevangen nemen en van honger sterven. Nu had hij twee pausmoorden op zijn geweten. In Juli 985 werd  hij zelf vermoord en zijn lijk door de straten van Rome gesleurd. Zijn 2e pontificaat had slechts een jaar geduurd.
                                          
· Johannes XV (985-996) was  de zoon  van een Romeins priester toen hij in Augustus tot paus werd gewijd. Hij kwam in conflict met zijn clerus door zijn hebberigheid en nepotisme. Hij sloeg op de vlucht, maar  kwam weer terug naar Rome waar hij in 996 zou sterven. Hij was de eerste paus die iemand heilig zou verklaren, namelijk Ulrik van Augsburg. Dat het pausdom werd  verkregen uit louter vriendendienst blijkt uit de volgende pauskeus. In Ravenna huisde Otto III. Deze liet een kleinzoon van Otto de Grote tot paus kiezen; ene Bruno zijn 24 jarige kapelaan. Op 3 Mei 996 werd deze gewijd tot paus:
 
· Gregorius V.  Twintig dagen  later  kroonde deze paus de 16 jarige Otto III tot keizer van het Heilige Roomse rijk. Een lekkere familieaangelegenheid. Ze stelden alles in het werk hun aardse macht én rijkdom onder de vleugelen van de Roomse Kerk uit te breiden en veilig te stellen. Zo maakte Otto III zich meester van  zijn tegenstander Crescentius en liet hem onthoofden. De vluchtende  tegen paus, Johannes XVI, liet hij neus en oren afsnijden en de ogen uitsteken. Daarna liet Gregorius V hem op  een ezel door Rome rijden en te kijk zetten. Vervolgens werd  hij in een klooster opgesloten. 
 
                                                                            
· Silverius II (999-1003) was een lichtpuntje in de duistere wereld der geestelijkheid. Als Gerbert van Aurillac, begiftigd met een grote dosis aan kennis van  allerlei wetenschappen, werd hij paus. Zouden de  verenigde krachten van de jonge keizer en de geniale paus het Heilige Roomse rijk en het pausdom kunnen  herstellen? Want alles was danig in verval geraakt door de wandaden van beide machtselementen. Maar 11 Februari 1001 brak er een opstand uit en paus en keizer namen de benen naar Todi. De jonge keizer Otto stierf een jaar later op het kasteel van Paterno. Tijdens het pontificaat van  Silverius II bekeerden Polen en Hongarije zich tot het Christendom. Met de dood van Otto III kreeg de familie der Crescentii weer vrij spel. Graaf Crescentius III liet Johannes XVII in1003, Johannes XVIII in 1004 en Sergius IV in 1009 tot paus wijden. Het jaar daarop liet Kalief Hakim in Jeruzalem de kerk van het Heilige Graf vernietigen. Sergius IV wilde een leger laten optrekken naar Jeruzalem, maar stierf voortijds. Toen in Mei 1012 Crescentius III stierf hernam de adel van Tusculum de macht opnieuw zoals ten tijde van Theodora en Marozia. Christus Jezus had, gezien de opeenvolgende wandaden,  allang de zeggenschap binnen de Kerk moeten afstaan. Zijn woorden van liefde voor de mensen waren al lang diep ondergesneeuwd door de gruweldaden van de aardse- en geestelijke machthebbers.                            
De Tusculums verkozen graaf Theophylactus, kardinaal van Porto als paus met  de naam:
 
· Benedictus VIII (1012-1024). Hij trok fel van leer tegen het huwen van priesters en maakte gewag van acties tegen hen. Hij stierf op 9 April en zijn broer, graaf Alberik volgde hem op. Deze had de paustitel voor veel geld binnengesleept. Alweer zo'n geestelijke onbenul die tot paus werd gewijd, maar de investering dik zijn geld waard vond. Kerkelijke baantjes uitdelen lagen voor hem  in het vooruitzicht dat schatten geld opbracht. Wie het meest bood, werd kardinaal, bisschop of priester. Deze Alberik is de geschiedenis ingegaan met de pausnaam :       
 
                                            
 
· Johannes XIX, had bijna het primaatschap van de Wereldkerk voor veel geld verkocht aan de patriarch van Constatinopel. Dat ging de bisschoppen van Rome echter te ver. Hij kroonde op 26 Maart 1027 Koenraad II tot keizer. In December 1032 kwam een jongetje tussen de 12-15 jaar, op de "Heilige Stoel" met de pausnaam:            
 
· Benedictus IX (1032-1045). Zijn vader, de broer van twee voorgaande pausen, betaalde er veel geld voor, zodat dit kind zijn ooms kon opvolgen. Niet te geloven, zo'n decadentie.
Benedictus IX ontpopte zich als dief en moordenaar. Zijn levensloop liep parallel met die van zijn voorouders: Theodora en Morazia. Onbegrijpelijk, maar de innerlijke structuur van de Rooms Katholieke kerk was zo verrot, dat hij tot driemaal toe de pauselijke zetel wist te bezetten. In December 1032- Februari 1045 en November 1047. De levenswijze van deze paus was meer dan schandelijk. Zo erg dat ze hem graag kwijt wilden, maar  dankzij Koenraad II die in Italie verbleef, wist hij zich steeds weer te handhaven. Deze keizer was echter gedwongen naar Duitsland terug te keren, waar hij in 1039 stierf aan de uitgebroken pest. Zijn zoon Hendrik III volgde hem op. De nieuwe keizer wilde de Kerk binnen zijn Rijk flink hervormen en was daarover vast besloten. De paus werd door een volksopstand verdreven. De Tiara kon toekomen aan degene die er het meest voor betaalde. Dat was:
 
                                             
 
· Silvester III die  gewijd werd  op 20 Januari 1045. Benedictus IX  keerde terug en verkocht het pontificaat, dat hij  opeiste voor de som van 1500 zilveren ponden, plus een jaarlijkse toelage en de hand van zijn geliefde, waarmee hij zou trouwen. Zo werd er gewoon koehandel gedreven . 
Johannes Graziano werd daarna paus Gregorius VI (1045-1046), Suidger werd Clemens II (1046-1047), bisschop Briven werd Damascus II (1048), en bisschop van Toul werd Leo IX(1049-1054).