INLEIDING.

Het komende Tienstatenrijk en zijn leider.

VOORWOORD.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 10.

Hoofdstuk 11.

Oproep!

De ondergang van Babel op één dag, in één uur!

Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk.

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

De komst en de wederkomst van de Messias.

                                                                                 Hoofdstuk 4
 
                                                    HET VIERDE WERELDRIJK                                          
 
                                                     GRIEKENLAND.
 
"en, weer een ander, een derde koninkrijk, van koper, dat heersen zal over de gehele aarde;"
 
Daniël 2:39.
 
"Maar terwijl ik nauwkeurig acht gaf, zie, daar kwam een geitebok van uit het Westen over de gehele aarde zonder de aarde aan te raken; en de bok had een opvallende horen tussen zijn ogen. En hij kwam tot de ram met de twee horens, die ik voor de stroom had zien staan, en rende op hem toe in zijn grimmige kracht; ik zag, dat hij tot vlak bij de ram kwam; verbitterd stiet hij de ram, brak zijn beide horens, en er was geen kracht in de ram om tegen hem stand te houden; hij wierp hem ter aarde en vertrad hem, en er was niemand die de ram uit zijn macht redde".
 
Daniël 8:5-7
 
"En er zal een heldhaftige koning opstaan, die met grote heerschappij zal regeren en doen zal wat hem goeddunkt. Maar nauwelijks is hij opgestaan, of zijn koninkrijk zal verbroken worden en verdeeld naar de vier windstreken der hemels; doch niet aan zijn nakomelingen, en zonder de macht waarmee hij heerste; want zijn koninkrijk zal uiteengerukt worden en aan anderen dan dezen komen".
 
Daniël 11:3-4.                                                                                               
 
Bevolkingsgroepen op het vasteland van Griekenland en Klein-Azië hadden zich omstreeks 800-600 v Chr. verenigd in politieke unies. Deze zogenaamde stad-staten hadden een beginvorm van democratie. Rond 500 v Chr. hadden sommige van deze steden zich ontwikkeld tot een solide unie met een doelmatig leger. Een voortdurend strijd om de macht onderling was het resultaat. Sparta was zo'n staat. In één der vele oorlogen met zijn rivalen riep Sparta de hulp in van de Perzische koning Artaxerxes II (404-358).
 
Deze koning, de vierde na Darius I, bezat een bijna onuitputtelijke rijkdom aan goud. Zodoende kon hij over grote legers  beschikken en sprong Sparta maar al te graag bij. De prijs die hij afdwong loog er dan ook niet om. Tijdens de vrede van Antalcides (386), die  door Artaxerxes II werd gedicteerd, garandeerde hij de autonomie over de steden op het Griekse vasteland. Wel eiste hij Kreta en alle Hellenistische steden in Klein-Azië voor zich op. Dit verlies bracht  zo'n klap teweeg onder de Grieken, dat het nationalisme er flink door verstevigd werd. Men besefte nu pas goed, dat dit de prijs was om als volk onderling verdeeld te zijn. Tot overmaat van ramp ontstond er ook nog een machtsvacuüm  in de Griekse hiërarchie.
Vanuit deze positie gaan we aantoonbaar zien, wat de profeet aanschouwd had in de vorm van een "Geitebok". Want deze verdeeldheid zou vorm krijgen in de gestalte van een koninkrijk.
 
Macedonië, gelegen aan de Noordgrens van Griekenland, had in de geschiedenis nooit een belangrijke rol vervuld. Dit veranderde echter toen Phillippus II aan het bewind kwam. Deze stelde een krachtig leger samen en veroverde de ene na de andere staat. Van 348, toen Olynthus veroverd werd, tot 338 v Chr., kreeg hij het gedaan wat niemand voor hem had weten te bereiken, namelijk: het koningschap over bijna geheel Griekenland. In deze hoedanigheid voelde Phillippus er veel voor het gehate Perzische rijk aan te vallen, maar een moordaanslag tijdens een feest, maakte in 336 een einde aan zijn leven. Na zijn dood kwam de desbetreffende profetie van Daniël verder tot vervulling. Phillippus II had de verdeelde Grieken onder zijn gezag weten te plaatsen en hiermee de komst van de Geitebok tot vervulling gebracht. Het dier was echter nog niet compleet; het miste "de grote horen tussen zijn ogen"  alvorens hij op het Oosten zou afstormen.
 
Dit hoofdstuk opent met een citaat uit Daniël 11:3-4, waarin we lezen, dat er een heldhaftige koning zal opstaan, die met grote heerschappij zal regeren. Wat ook gebeurde.
 
                        
 
Alexander, zoon van de vermoorde Phillippus, volgde zijn vader op twintigjarige leeftijd op en bracht diens politieke gedachten weldra in praktijk. Als aanvoerder van de Pan-Helleense wens, begon hij een revancheoorlog tegen Perzië (334) en veroverde in vrij korte tijd het gehele grondgebied waar eens: "de Ram met de twee grote horens" met grote macht geheerst had.
 
 
                               
                                     
"Maar nauwelijks is hij opgestaan of zijn koninkrijk zal verbroken worden", vervolgd Daniël 11:4. En inderdaad. Op het hoogtepunt van zijn macht stierf Alexander, de grote Griekse veroveraar, op slechts 33 jarige leeftijd te Babylon. Met zijn vroegtijdige dood brak de grote horen die tussen de ogen van de Geitebok zat, af. Daniël 8:8 had deze gebeurtenis ook al exact aangekondigd.          
 
 
                                       
 
Na de dood van Alexander de Grote viel het Griekse rijk uiteen in vier tamelijk solide en duurzame Rijken: Syrië, Macedonië, Egypte en Pergamum.
De periode van het uiteenvallen van het  Griekse rijk zit verwerkt in Daniël 11:5-6. Veel schriftgeleerden hebben uit deze loop der geschiedenis een grote, foutieve conclusie getrokken. Ze hebben deze vier Rijken namelijk vereenzelvigd met de "vier horens", die uit de Geitebok zouden voortkomen, ná het afbreken van die grote horen. De komende geschiedenis, ná het Griekse Wereldrijk, zal hun ongelijk aantonen. Alleen al het feit dat de vier bovenstaande Rijken allen gelijktijdig aanwezig waren, en géén van deze Rijken  bestond uit tien staten met tien koningen, zoals Daniël 7:23-24 aankondigt, bewijst hun verkeerde uitleg.
De Daniëlprofetieën hebben bij zo'n uitleg alleen de geschiedenis tot onderwerp; niet de toekomst eindigend in de Eindtijd. Het  volgende Wereldrijk begint bij  Daniël 11: 7.
                  
                             
 
                                                  PALESTINA                                                      
 
Zo waren de Joden van de Perzische- in de Griekse overheersing terechtgekomen. De eerste honderd jaar onder het bewind van de Ptolemeeën, die Egypte overheerste. Daarna onder het bewind van de Seleuciden, die Syrië en het gehele Oosten tot hun koninkrijk hadden. (c.a. 198). Het terreurbewind van koning Antiochus IV Epiphanus, maakte onder de Joodse bevolking veel slachtoffers. Vele duizenden die met hart en ziel leefden naar de Wet van Mozes, werden op beestachtige wijze afgeslacht. Zij wilden niet buigen voor de goddeloze Grieks-Hellenistische  cultuur van Antiochus. Toen het water bij velen tot de lippen gestegen was, ontstond er georganiseerd verzet onder leiding van de oude priester Mattatias. Hij had met lede ogen moeten toezien, dat huichelachtige priesters met de vijand meeheulden en de bevolking met zich mee dreigden te trekken. Zijn zoon Juda nam na een jaar de leiding van zijn vader over en ontpopte zich als een onverschrokken verzetsleider. Na drie jaar van hevige strijd wist hij Jeruzalem te bevrijden en reinigde de tempel van alles dat maar enigszins aan de Griekse afgoden deed denken.
 
In de niet-bijbelse boeken: de Macabeeën kunnen we lezen, dat de zonen van Mattatias elkaar hebben opgevolgd als priesterkoning onder de geslachtsnaam: de Chasmoneeën. Ook met deze familie ging het in de loop der jaren bergafwaarts. Ene Artistoboulos I had de troon weten te bemachtigen door eerst zijn broer en moeder te vermoorden, en staat, gezien zijn verdere levenswandel, bekend als een zeer wreed despoot. Nadat ook zijn broer Alexander Janni I, die hem opvolgde, gestorven was, kwam diens weduwe Alexandra aan het roer. Zij bracht in Palestina gedurende haar negenjarige bewind de nodige rust. Na haar dood brak de hel los. Haar beide zoons, Hyrkanos II en Artistoboulos II, meenden beiden recht te hebben op de troon en stortten Palestina in een burgeroorlog. Hyrkanos zocht in zijn strijd steun bij de invloedrijke Idumeeër Anti-Pater, wiens zoon Herodes later zo'n grote stempel op de Joodse geschiedenis zou drukken.
In deze trieste situatie ging het uitverkoren volk van God niet alleen haar nieuwe overheerser tegemoet, maar zou ook haar zelfstandigheid verliezen tot het jaar 1948 n Chr.