INLEIDING.

Het komende Tienstatenrijk en zijn leider.

VOORWOORD.

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

Hoofdstuk 4.

Hoofdstuk 5.

Hoofdstuk 6.

Hoofdstuk 7.

Hoofdstuk 8.

Hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 10.

Hoofdstuk 11.

Oproep!

De ondergang van Babel op één dag, in één uur!

Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk.

Hoofdstuk 2.

Hoofdstuk 3.

De komst en de wederkomst van de Messias.

 
                                                                   Hoofdstuk 6                                             
                                     
                                                   HET ZESDE WERELDRIJK
                       
                          HET HEILIGE ROOMSE RIJK.
                                                                
"En zie, een ander dier, het tweede, geleek op een beer; het richtte zich op de ene zijde op, en drie ribben waren in zijn muil tussen zijn tanden; en men sprak tegen hem aldus: sta op, eet veel vlees".
 
Daniël 7:5.                                                                                                           
 
We zijn nu bij het tweede dier, respectievelijk  tweede horen van de Geitebok aangekomen. Daniël heeft het nu komende Rijk aanschouwd in de symboliek van "een beer die zich op de ene zijde oprichtte". Uit het voorgaande hoofdstuk weten we, dat het Romeinse rijk uiteindelijk in twee grote delen werd opgesplitst, om daarna een mensenhart te ontvangen. Uit de beschrijving van het nu komende Rijk zal blijken, dat de beer niets anders is dan een andere symbolische weergave van dat in tweeëngedeelde Romeinse rijk. De ene zijde van de beer staat symbool voor het Oost-Romeinse, de andere zijde voor het West-Romeinse rijk. Nu echter de vraag; met welk Rijksgedeelte gaat de Daniëlprofetie verder? Want er staat immers: "Het richtte zich op de ene zijde op". Daniël 8:5 geeft antwoord op deze vraag: het Westen! De profetieën gaan dus verder met het West-Romeinse rijk. De geschiedenis van het Romeinse en het Heilige Roomse rijk zal aantonen, dat Daniël 11:7-20 de geschiedenis van deze Rijken aan één stuk door profeteert. Ook de bewering dat het tweede dier een andere symbolische weergave is van het eerste dier. Vandaar dat eerst globaal de periode belicht moet worden, die ligt tussen de ondergang van het Romeinse- en de opkomst van het Heilige Roomse rijk. Een periode die op zijn beurt weer gesymboliseerd wordt door de tijd die de beer nodig heeft, zich, via zijn westzijde op te richten. Eenmaal opgestaan, zal hij zich volledig ontplooien in het zesde Wereldrijk. Deze West-Europese geschiedenis zullen we op zowel geestelijk als wereldlijk gebied volgen. Dit, omdat we dan een duidelijk beeld  krijgen over "de drie ribben die de beer in zijn muil, tussen zijn tanden heeft".                                                              
               
                                                
 
                           HET WESTROMEINSE RIJK                       
 
Nadat de apostel Paulus op zijn reizen binnen het Romeinse rijk in veel plaatsen het Evangelie had verkondigd, waren er overal kleine snelgroeiende gemeenten ontstaan. Vervolgingen binnen het goddeloze Staatssysteem bleven dan ook niet uit, wat de Christus ook voorzegd had met de woorden: "En gij zult door allen gehaat worden om Mijn Naams wil".
 
Zo liet keizer Nero veel Christenen ombrengen, omdat hij hen als zondebok aanwees voor de grote brand in Rome in het jaar 64 n Chr., die de stad voor driekwart in de as legde. De keizers na hem maakten het vaak nog bonter door zich als een god te laten vereren, wat door de Christenen met afschuw werd afgewezen. Veel volgelingen van Jezus werden in die dagen dan ook tot martelaarschap verheven. Maar het waren juist die vreselijke vervolgingen in de eerste eeuwen die het jonge Christendom een scherp omlijnd beeld gaf. Dat deed haar sterk scheiden van de heidense Romeinse levenswijze, zodat Kerk en Staat elkaars grenzen kenden.
Onder het bewind van de keizers Decius en Diocletianus vonden  de vervolgingen één van haar hoogtepunten, maar onder Constantijn de Grote kwam de ommekeer. In het bekende tolerantie-edict van Milaan in 313, werden de verworven vrijheden bezegeld. Vanaf dat moment erkende de Romeinse Staat het Christendom. Het bleek niet alleen onuitroeibaar, maar bovendien onmisbaar voor het verdere wel en wee binnen het, reeds in tweeën gesplitste Rijk.
 
Inmiddels waren de vier Evangeliën en alle overige boeken samengevoegd tot het Nieuwe Testament en met het Oude Testament vormden ze: de Bijbel. Bisschoppen, die onderling met elkaar in kontact stonden, kregen steeds meer de behoefte een centraal gezag in te stellen in de persoon van "een bisschop der bisschoppen". Deze diende zich dan, vanuit zijn roeping, uit te spreken over gerezen moeilijkheden en vraagstukken binnen de steeds groter wordende Kerk.
 
Zo ontstond er langzamerhand, binnen de verspreide kerkgemeenschappen uit de apostolische tijd, een pauselijke theocratie. Deze vestigde zich in Rome, omdat de apostelen Petrus en Paulus in de vroegste begintijd de gemeenten hadden geleid vanuit deze stad. Één van de moeilijkheden die zich voordeed, was de leer van Arius, een parochiepriester uit Alexandrië. Hij verkondigde, dat Jezus een mens was met een volmaakte levensstijl. Hierdoor was Hij zo verheven voor de mensen, dat Hij God genoemd mocht worden, maar niet God Zelf. Deze leer druist niet alleen in tegen alle aankondigingen over Hem door de profeten, maar ook de vervullingen van hun profetieën in het Nieuwe Testament.
In het thema: De komst van de Messias, zullen we dit aantonen met Oud en Nieuwtestamentische schriftgedeelten.
Al spoedig kwam men er achter dat de leer van Arius het verzoenend lijden en sterven van de Christus op losse schroeven zette. Deze leer beroofde  het christelijke geloof van haar fundament. Keizer Theodosius liet in 381, tijdens het Concilie van Constantinopel, het Arianisme tot ketterij verklaren.
 
Op politiek terrein doemde er donkere wolken op boven het Romeinse rijk. Begin vijfde eeuw vielen Germaanse stammen de grenzen van het West-Romeinse rijk binnen en brandschatte in 410 Rome. Groot aanzien wist het pausdom te verwerven onder Leo I. Hij wist zowel de Hunnenkoning Attila als de Vandalenkoning Geiserik(454) ervan te weerhouden Rome plat te branden en haar bewoners te vermoorden. In deze moeilijke stervensuren van het Rijk was men maar al te blij met zo'n lichtbaken. Dat de Kerk de ondergang niet kon tegenhouden bleek spoedig. De Germanenkoning Odoacer onttroonde in 476 de laatste Romeinse keizer, terwijl Simplicus(468-483) de zetel van Petrus bezette. Er was geschiedkundig een einde gekomen aan het West-Romeinse rijk.
 
                                   
 
Alleen de bindende kracht van het pausdom, met haar vele vertakkingen, kon als laatst overgebleven gezagsbron binnen West-Europa gelden. Vele adellijke families streefden ernaar de felbegeerde positie van paus of bisschop te bemachtigen, om via deze weg de teloorgegane Romeinse macht weer te heroveren. Zo kwam de Kerk steeds meer op het horizontale wereldse vlak terecht. Een twist over de menswording van Christus bracht een diepe kloof tussen de Kerk van het Westen en het Oosten teweeg. Ook deze ontwikkeling komt geheel overeen met de Daniëlprofetie als deze zegt, dat de beer zich op de ene zijde zal oprichten. Want beide helften van het Romeinse rijk zijn op zowel geestelijk als wereldlijk gebied, hun eigen weg de geschiedenis ingegaan.
Augustinus, één der kerkvaderen, wees in zijn dagen de Kerk erop dat zij de gestorven macht van het Romeinse rijk nieuw leven moest inblazen. De Kerk moest het stichten van Gods Koninkrijk op aarde bevorderen. Ook zag hij haar geplaatst voor de immense taak die haar roeping inhield, de Germaanse stammen te bekeren die West-Europa overspoeld hadden. Dat was moeilijk, want het Westen was praktisch uiteengevallen. Desondanks gelukte het de bisschop van Reims de Frankenkoning Clovis tot het Christendom te bekeren en de bevolking met hem. Na hem volgde de Sueven in Noord West Spanje(560) en de Wisi-goten(580), terwijl paus Gregorius de Grote(590-604) via zendingsmonniken uit Ierland, Schotland en Noord Engeland kerstenden. Deze paus is verreweg de grootste uit de vroege Middeleeuwen. Hij legde de basis voor wat later de Kerkelijke Staat zou worden, het wereldlijk grondgebied der pausen. Hij maakte van Rome weer een kerkelijk hoogtepunt en trok alle touwtjes die vanuit West-Europa naar Rome liepen, stevig aan.
 
In de tot hiertoe gevolgde West-Europese geschiedenis, springen drie hoofdelementen sterk naar voren, die in latere tijden zéér diepe stempels zullen drukken: het aardse gezag, het pauselijke gezag en het ontstaan van zelfstandige Staten in West-Europa.
De profeet Daniël heeft deze Drie aanschouwd in de symboliek van "drie ribben in de muil van de beer, die zich via zijn (west)zijde oprichtte". In de nu volgende geschiedenis zullen we zien, dat deze Drie, binnen het Heilige Roomse rijk sterk en allesoverheersend van zich zullen doen spreken.
 
Zoals we weten hebben ribben in het lichaam van mens of dier een beschermende functie. Zij zorgen er voor dat het leven, in de vorm van hart en longen, geen gevaar loopt door invloeden van buitenaf. Zo moet ook de functie van de drie symbolische ribben gezien worden. Ook zij moeten er voor zorgen dat het bestaan van het Heilige Roomse rijk geen gevaar loopt. Alleen met dit verschil, dat ribben in het lichaam altijd op dezelfde plaats blijven zitten, terwijl de drie ribben in de muil van de beer voortdurend van plaats zullen veranderen.
Met andere woorden: in het komende Rijk zal de ene keer het pauselijke gezag de boventoon voeren. Dan weer het aardse gezag of de strijd die het ontstaan van  zelfstandige Staten met zich meebrengt. Hoe dan ook; ze blijven alle drie onder de vleugels van de West-Europese geschiedenis van het Heilige Roomse rijk of symbolisch uitgedrukt: in zijn muil, tussen zijn tanden.
 
En  dan  de  beer  zelf; groot en  massaal als  hij is.
Dit wijst erop dat het komende Rijk een  grote  en  grootse geschiedenis zal hebben. Inmiddels is het bekend, en de nu volgende  geschiedenis  zal  dat  laten zien, dat  de   Daniël- profetie  aangaande  het tweede  dier  exact werd vervuld.
Want het Heilige Roomse rijk, met  zijn duizendjarige bestaan, heeft een  grote  en grootse stempel   gedrukt op  de West-Europese geschiedenis,  waarin de woorden: "Sta op, eet veel vlees"  door  de  vele  miljoenen  doden  die  er vielen, mede door toedoen van de drie ribben, tot vervulling werden gebracht.                                                                                                            
                   
                                          
 
Clovis, kleinzoon van de legendarische Meroveus, stichter van het Frankische koninkrijk, had zich laten dopen door bisschop Remigius te Reims(506). Hij  kreeg alle steun van de Kerk. Vooral in zijn strijd om de hegemonie en stelde alles in het werk om de Frankische levenswijze met de Gallo-Romeinse cultuur te assimileren. De geschiedenis der Merovingers(481-751) laat een voortdurende strijd zien, waarin moord en verraad de boventoon voerde. Zodoend bleef de politieke eenheid binnen het koninkrijk zeer labiel.
 
Het lukte de Karolinger Pepijn van Herstal orde op zaken te stellen in de chaos die de opvolgers van Clovis achterlieten. Zijn zoon Karel Martel wist West-Europa te behoeden voor de islam. Dit ontging de Kerk niet en zij sloot met de nieuwe machthebbers een verbond dat met het uitroepen van Martel's kleinzoon Karel de Grote, tot keizer van het Heilige Roomse rijk in 800 n Chr. een hoogtepunt bereikte. De West-Europese geschiedenis was met deze gebeurtenis bij een mijlpaal terechtgekomen. Zij beëindigde een periode van ontwikkeling, die bijna vier eeuwen in beslag had genomen. Zowel Kerk als Staat waren bij het uitroepen van het Heilige Roomse rijk van mening, dat het niet ging om een nieuw Rijk, maar om de voortzetting van het uit haar as herrezen Romeinse rijk. Niet zo'n vreemde gedachte overigens, want Daniël 7:5 als 11:7-20 laten dezelfde ontwikkeling zien, maar daar hadden zowel paus als keizer geen weet van.
 
Het aardse gezag van Karel de Grote was gebaseerd op de gedachte, dat hij zowel keizer als priester was. Daarom stelde hij alles in het werk de leer van de Rooms Katholieke kerk te verspreiden binnen zijn Rijk. De manier waarop hij dat ter hand nam, stelde de kerkelijke leiding misschien wel tevreden, maar Christus niet, want ze stond haaks tegenover Zijn Evangelie. Omdat het zwaard voor de keizer even heilig was als de prediking, joeg hij alleen al in het Noordoosten van zijn Rijk 30.000 Saksen de dood in om daar blijvend de Kerk te kunnen vestigen. Op deze wijze zou het Christendom de eeuwen door misbruikt worden.
Zowel het pausdom als het aardse gezag, gebruikte het als bindmiddel voor hun verworven macht.
Na de dood van Karels zoon, Lodewijk de Vrome(840), werd het Rijk verdeeld onder diens zonen Lotharius I, Lodewijk de Duitser en Karel de Kale. De eerste erfde ook de keizertitel.
 
                                           
 
 
Deze verdeling had tot gevolg dat ze een kettingreactie teweegbracht. Allerlei hoge ambtenaren zagen hun kans schoon zich op te werpen als toekomstige hertogen en graven en bevorderden de decentralisatie binnen het Heilige Roomse rijk. Dit zou er uiteindelijk toe leiden, dat zich binnen de grenzen van het Rijk allerlei zelfstandige Staten met afgebakende grenzen ontwikkelden. Deze ontwikkeling zorgde er voor dat er na verloop van tijd binnen de Kerk een gezagscrisis ontstond, waarin de macht van het pausdom naar een dieptepunt zakte. Hieruit voortkomend was een algehele decadentie die de grens tussen geloof en bijgeloof vervaagde. Overal staken vormen van devotie de kop op, zodat Jezus Christus naar de tweede plaats werd verwezen; als Hem dat al niet eeuwen daarvoor was overkomen?
 
Toen de Saksische hertog Otto I in 962 in Aken tot keizer werd uitgeroepen, zag men in hem de nieuwe Karel de Grote. Niet alleen omdat hij de zaken op een rij had weten te zetten, maar ook omdat hij het pausdom nieuwe waarden wilde geven. Wie de geschiedenis tot het begin van de dertiende eeuw volgt, zal er één aantreffen van voortdurende strijd tussen Kerk en Staat. Het verkeerd verstaan van Jezus' woorden, dat Hij op aarde gekomen was om Gods Koninkrijk te verkondigen, was de diepliggende oorzaak van deze strijd.
 
Het pausdom had zich vanaf Otto I weten op te werpen als "Plaatsvervanger van Christus" op aarde. Ze meende dat ze de taak had dit Koninkrijk Gods op aarde te realiseren met behulp van het aardse gezag. Deze diende aan haar onderhorig te zijn. Het feit dat Jezus erbij gezegd had, dat Gods Koninkrijk niet van deze aarde was, ontging Rome volkomen. In de loop van de Middeleeuwen(1100-1300) waren de kaarten zo geschud dat het pausdom superieur was over het wereldlijke gezag. Wat Rome goeddunkt werd bijna gedwee vertaald door de wereldse leiders.
 
Van alle pausen uit de Middeleeuwen was Innocentius III(1198-1216) wel de meest beruchte. Hij voelde zich volledig Wereldheerser, en zegende diegenen, die hem daarin erkenden. Één van de minderheden die het meest van de kerkterreur te lijden heeft gehad, waren de Joden. Honderdduizenden zijn er de dood ingejaagd omdat alleen zij gezien werden als de moordenaars van Christus. Nog eens honderdduizenden werden gemarteld en verbrand, omdat men zich niet tot het Katholieke geloof wilde bekeren. Grote delen van de pauselijke geschiedenis kenmerkt zich, dat ze alles in het werk stelde het Joodse gevaar uit te roeien of kenbaar te maken. Onder Innocentius III, die de Jodenpolitiek voor het eerst in de kerkgeschiedenis der canonieke rechten liet opnemen, werd o.a. het Kaïnsteken als herkenningsteken verplicht gesteld. In het begin van de elfde eeuw waren er ook op andere terreinen nodeloze en onchristelijke gruwelen ten tonele gevoerd, die twee eeuwen zouden voortduren.
 
Onder de kreet: God wil het, sloot de christelijke massa zich aanéén om het lege graf te gaan heroveren op de moslims. Een voortdurende strijd met ontstellende slachtpartijen en bloedbaden volgden. De enige die uit deze, uit puur bijgeloof en relikwieënverering geboren kruistochten profijt trok was het pausdom. In deze korte samenvatting laat de auteur de gruwelen, waaraan o.a. de Joodse gemeenten blootstonden, als dezen op de route lagen van de kruisvaarders, maar achterwege. Geschiedenisboeken laten zien, dat de profetische woorden: "Eet veel vlees", hun vervulling ruimschoots vonden in de gehele geschiedenis van het Heilige Roomse rijk. Het thema: Gods oordeel over de Rooms Katholieke kerk, gaat dieper in op de wandaden der pausen én het niet mis te verstane antwoord van God, in de dagen van het achtste en laatste Wereldrijk, voor het pausdom.
 
Men moet natuurlijk wel onderscheid maken tussen mensen. Je had er velen die het op macht beluste instituut Roomse Kerk aanhingen, omdat ze er financieel en maatschappelijk beter van werden. En er waren gelovigen, die tot de ware bruidsgemeente van Christus behoorden. Voor de laatstgenoemden was de opgestane Heer hét Lichtend voorbeeld en leefden strikt naar de woorden uit Marcus 12:13-17, waarin o.a. staat geschreven: "Geeft de keizer wat des keizers is, en Gode wat Gods is".
 
Rome, altijd op haar hoede dat ze niet aan politieke macht zou inboeten, kwam in 1300 in ernstig conflict met Philips de Schone, koning van Frankrijk. Hij was geenszins van plan zich door de paus onder curatele te laten stellen. Hij onttrok zich aan de structuur van de kerkelijke leiding die onder de pausen Gregorius VIII en Innocentius III ontwikkeld was.
Met paus Bonifatius VIII (1294-1303), die fel op de Franse koning reageerde, werd het tijdperk, waarin Rome onbetwist het leiderschap in West-Europa bezat, afgesloten. Profetisch gezien, kunnen we met Daniël zeggen: de rib in de muil van de beer, die symbool staat voor het pausdom, was op een andere plaats tussen zijn tanden gekomen.
Inmiddels hadden zich elders in Europa ook erfelijke monarchieën ontwikkeld, die de schijnvorm van: keizer van het Heilige Roomse rijk, alleen op papier erkenden, maar verder hun eigen weg gingen in de politiek. Rond 1350 deden zich ook op allerlei andere terreinen veranderingen voor. Zo was de burgerij ten koste van de adel op de maatschappelijke ladder omhoog geklommen en werd de kloof tussen rijk en arm verbreed.
 
Geld ging een steeds grotere rol in het politieke leven spelen, terwijl op cultureel gebied allerlei nieuwe inzichten aan de horizon verschenen. Deze nieuwe belangstelling was hoofdzakelijk gebaseerd op de vervaagde Grieks- Hellenistische cultuur.  Vanaf  de 15e eeuw onder de naam: Renaissance, zou deze  de  West-Europese  kunst-en denk wereld sterk beïnvloedde.
Alleen vanuit de Daniëlprofetieën is deze Grieks-Hellenistische wedergeboorte te verklaren. We weten immers dat de vier Westerse rijken op deze cultuur gebaseerd zullen  zijn. Evenals de vier horens die uit de Geitebok voortkwamen.
Ook binnen de Katholieke Kerk werd de roep tot hervorming steeds luider. De  bestaande kerkhiërarchie voelde daar echter niets voor, zodat ze buiten de Kerk ontstond. Het was Maarten Luther, een Duitse monnik die tegen de Kerk en de frivole levenswijze van de geestelijkheid ageerde. De woorden van de apostel Paulus, dat de rechtvaardige leeft uit genade alleen, gaven Luther zekerheid. God had Zich met de zondige mens verzoend in Christus. Paus Leo X slingerde hem vanuit Rome de excommunicatie naar z'n hoofd. De weerklank van Luthers woorden was enorm in Europa.
 
Helaas: waar het goede is, is het kwade nabij. Het fanatisme waarmee groepen hun geloof verdedigden nam soms monsterachtige proporties aan. Haat tegen de Roomse geloofsonderdrukking met al haar gruwelen, resulteerde in daden die lijnrecht tegenover de liefdesboodschap van  Christus stonden.
De verdere West-Europese geschiedenis laat dan ook vele godsdienstoorlogen zien. Zo brak, vooral door toedoen van keizer Ferdinand II in 1618 de Dertigjarige Oorlog uit. Vanuit zijn katholieke geloofsovertuiging wilde hij niet alleen een katholieke bevolking binnen zijn Rijk, maar ook een absoluut gezag. Het hoeft geen verder betoog dat er op deze basis zéér veel slachtoffers vielen.
In een oorlog die godsdienstig gezien alleen maar verliezers opleverde.
Omdat er steeds meer katholieken overliepen naar het protestantisme, werden de hervormingen binnen de Roomse Kerk serieus ter hand genomen. Tijdens de concilie van Trente(1545-1563) werd de periode van de Contrareformatie definitief ingeluid. De in 1626 gereedgekomen Sint-Pieter basiliek, met zijn rijkelijke versieringen van goud en kostbare beschilderingen, mag als symbool van deze opleving gezien worden. Terwijl het protestantisme aan verbrokkeling onderhevig was, herwon de Katholieke kerk haar eenheid. Dat ging gepaard met de opleving van allerlei devoties, zoals de Mariaverering en het Heilighart.
Inmiddels was het Heilige Roomse rijk veranderd in een zwakke federatie van zelfstandige Staten. Keizer Leopold I probeerde hierin tevergeefs een minimum aan eenheid te scheppen.
 
In de tachtigerjaren van de 17e eeuw waren er tekenen te bespeuren, die ene Bossuet aan een bevriend bisschop deed schrijven: "Ik zie de voorbereidingen voor een grote strijd tegen de Kerk". Bossuet's verwachtingen kwamen inderdaad, en wel in de vorm van een geestelijke revolutie die bekend staat onder de naam: de Verlichting. In deze nieuwe golf van belangstelling voor de Grieks-Hellenistische cultuur en wetenschap, experimenteerde, observeerde en beredeneerde men, en werden door de Kerk ingenomen standpunten aangevallen. Gelijktijdig met deze Verlichting zocht men naar een nieuwe maatschappelijke orde en stelde men de heersende klasse aan de kaak. In vele geschriften die men onder het Franse volk verspreidde, werden Kerk en Staat vanwege hun corrupte mentaliteit, smeuïg over de hekel gehaald.
 
De wortels van de Verlichting lagen zowel in de Renaissance als het Humanisme(het zoeken naar een maatschappij zonder God). In de 19e eeuw zou deze stroming zich ontpoppen als hét fundament van o.a. het communisme, socialisme, atheïsme, anarchisme en het nationaal-socialisme.
 
Tijdens het koningschap van Lodewijk XVI(1774-1792) viel het startschot voor de Franse Revolutie. Deze politiek- maatschappelijke stroming, geënt op de Verlichting, brak op 14 Juli 1789 in alle hevigheid los.Woedende inwoners van Parijs bestormden de Bastille, een gevangenis die zij zagen als het symbool van het gehate absolutisme. Zij spaarden in de hevige en bloedige strijd daarna, adel noch geestelijkheid. Dit alles resulteerde in het feit dat op 21 September 1792 de Franse Republiek werd uitgeroepen.
 
De nieuwe Staatsmacht kwam eerst in handen van de Bourgeoisie. Daarna aan de Radicalen onder leiding van Robespierre. Deze stroming wilde zowel het Christendom als het persoonlijk bezit uitroeien. De gewelddadigheden die de Radicalen hiermee teweegbrachten, bekend onder de naam: de Terreur, veroorzaakten zo'n chaos, dat de Bourgeoisie toch de Staatsmacht weer wist te bemachtigen en Robespierre onthoofd werd. Ook de nieuwe machthebbers waren niet in staat de problemen op te lossen, zodat het leger in 1799 uiteindelijk de macht greep. Frankrijk kwam toen onder de heerschappij te staan van één man: NAPOLEON.
 
We zijn in de West-Europese geschiedenis nu zover gevorderd, dat de auteur weer naar Daniël 11:7-20 moet. Hij gaat de profeet raadplegen wat deze zegt over de ondergang van het Heilige Roomse rijk. Bij de komst van Napoleon is hoofdstuk 11 namelijk zover gevorderd, dat vers 20 tot vervulling gaat komen.  Dit vers sluit de heerschappij van het tweede dier uit Daniël 7 af. Daniël 11: 20 zegt ons:
 
 
"In zijn plaats zal iemand opstaan, die een afperser rondzendt door het heerlijkste deel van het koninkrijk, maar binnen enkele dagen zal hij verbroken worden, doch niet door toorn, noch door strijd".                                            
 
Wie zelf de moeite neemt Daniël 11:7-19 te lezen, verneemt in dit schriftgedeelte een voortdurende strijd tussen koningen. Zoals eerder gezegd, staat de aanduiding "koning" in de Bijbel zowel voor een koning als persoon, als voor een geheel koninkrijk, vanaf zijn opkomst tot zijn ondergang. Daarom moeten de woorden: "In zijn plaats zal iemand opstaan", gelezen worden als:
 
"In zijn plaats (dus in de plaats van het Heilige Roomse rijk)
 
zal iemand opstaan (zal een koninkrijk of een staatsvorm opstaan)
 
die een afperser rondzendt (die een vertegenwoordiger van dat koninkrijk of staatsvorm rondzendt)
 
door het heerlijkste deel van het koninkrijk(door het heerlijkste of machtigste deel van het Heilige Roomse rijk).
 
In de nu volgende korte Franse geschiedenis zullen we zien, hoe exact Daniël 11:7-19 door vers 20 werd afgesloten.
                       
                                       
 
Na de staatsgreep reorganiseerde Napoleon, een Corsicaanse generaal die als vertegenwoordiger van de Franse Revolutie al diverse overwinningen op West- Europese landen had behaald, het leger en wist door allerlei maatregelen de sympathie van de naar rust en orde verlangende Franse bevolking te verwerven. Napoleon was zich er goed van bewust dat de Rooms Katholieke kerk een belangrijke schakel vormde binnen de Staat. Zij kon voor het nodige rust zorgen en sloot daarom een concordaat met het Vaticaan. De toen heersende paus Pius VII hielp Napoleon in 1804 bij diens kroning tot keizer.                    
                                 
                                                      
 
De verdere geschiedenis van Napoleon zal velen bekend zijn. Hij trok met zijn legers door Europa en vestigde daar voor korte tijd zijn keizerrijk. In 1806 maakte hij voorgoed een einde aan het duizend jaar oude Heilige Roomse rijk. Formeel stond dat nog onder het gezag van keizer Frans II van Habsburg. Tot 1815 heeft Napoleon zich weten te handhaven als "afperser" in dienst van de Franse Staat, voordat hij naar St.Helena werd verbannen. Hiermee kwamen de laatste woorden van vers 20 tot vervulling:
 
"Maar binnen enkele dagen zal hij verbroken worden, niet door toorn, noch door strijd".
 
In vergelijking met het duizendjarige bestaan van het Heilige Roomse rijk, heeft Napoleons heerschappij inderdaad maar enkele dagen geduurd. Toen werd hij afgezet(verbroken). Daar hij niet gedood werd, zoals gewoonlijk met onttroonde dictators, maar roemloos terzijde werd geschoven(niet door toorn, noch door  strijd), werd Daniël 11:7-20 vervuld. Het tijdperk van twee Wereldrijken, die daarin aan één stuk beschreven staan, werd afgesloten.